vincentenjeannette.reismee.nl

Het noorden, de Caribische kust

Het noorden, de Caribische kust

De trek naar La Ciudad Perdida heeft zijn tol geëist. We zijn behoorlijk moe als we weer in Santa Marta aankomen. Gelukkig hadden we een voorziene blik van te voren. We hebben een luxe hut geboekt vlak bij nationaal park Tayrona. Eerst nog een nachtje in Santa Marta om onze kleding te laten wassen en inkopen te doen voor de komende paar dagen.

Yuluka hostel en NP Tayrona
Het Yuluka hostel voldoet volledig aan onze verwachtingen. We hebben een supermooi hutje aan het zwembad. We hebben airco en een hele mooie badkamer met een bad, sfeerverlichting en … een warme douche! De sfeer is relaxed. Er hangen overal hangmatten en het restaurant is gezellig en het eten lekker. Heerlijk om zo even bij te komen. Na een dag luieren bezoeken we NP Tayrona. We kunnen ervoor kiezen om in het park in een hangmat te overnachten maar we kiezen er toch voor om terug te gaan naar ons luxe hostel. De wandeling door het park is erg mooi. Vaak mooie doorkijkjes naar de zee. Op een pad waar we niet veel toeristen zien worden we gewaarschuwd dat er kaaimannen in dit gebied zijn. Geen idee wat we moeten doen als we die zien. Uit de buurt blijven lijkt ons wel logisch. Gelukkig komen we er geen tegen. De wandeling gaat wat op en af over grote stenen en trappen en we voelen de vermoeidheid van de trek nog. Het verste punt, Cabo San Juan, is de moeite waard. Een geweldige plek. Toch zijn we blij dat we hier niet overnachten onder een overkapping in een vochtige hangmat. Die avond regent en onweert het hard en lang.

Palomino
Tijd om verder te gaan, met de bus een uurtje naar het westen. Dan zijn we in Palomino. Een klein kustplaatsje met eigenlijk alleen de doorgaande weg. Dwars daarop, richting de zee, een aantal zandwegen met veel kuilen, water en modder. Aan deze wegen liggen veel hostels. Er is hier niets te beleven maar de sfeer is relaxed en goed. Een dagje strand of je in een oude tractorband de rivier af laten zakken zijn de enige activiteiten. En dat maakt het meteen ook erg leuk om hier te zijn. Er hoeft hier helemaal niets.

Minca
Na een paar dagen reizen we weer een stukje terug richting Santa Marta. We zijn in Minca, een klein bergdorpje op 600 m hoogte. Ook dit dorp is niet veel meer dan 2 straten met een paar kleine winkeltjes en restaurantjes. De hostels bevinden zich bijna allemaal ergens in de bergen. Te bereiken via erg slechte wegen en paden waar alleen motortaxi’s kunnen komen. De eerste dag maken we een grote wandeling, naar uitzichtpunt Los Pinos. We kunnen van hier uit Santa Marta zien liggen. Bij goed weer zie je achter je ook de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Helaas zijn de wolken alweer komen opzetten dus die toppen zien we niet. Weer naar beneden lopen we via een klein paadje dwars over een koffieplantage. Ze zijn koffie aan het plukken. Grote zware zakken worden naar een verzamelpunt gebracht waar ze worden gewogen. Sommigen lopen erg hard om zoveel mogelijk te kunnen plukken op een dag. Onze route loopt ook via Cascadas Marinka. Een mooie waterval waar je onder kunt staan met daaronder een poel om te zwemmen. Het ziet er heel verfrissend uit. Helaas zijn we onze zwemkleding vergeten dus een koele duik zit er niet in. We lopen eigenlijk de hele dag door de jungle en zien hier en daar wat bijzondere vogels. Het mooiste is een grote toekan die we zien, helaas niet op beeld vast kunnen leggen.

Cartagena

We hebben al veel mooie verhalen gehoord over Cartagena en ze zijn allemaal waar. Er is een erg mooi en goed bewaard historisch centrum. Nog helemaal ommuurd met de klokketoren als ingang. Daar binnen zijn allemaal mooie kleine straatjes. Ik krijg er geen genoeg van om er foto’s van te maken. Het historische centrum is mooi, sjiek en duur. De aangrenzende wijk Getsemani is wat toegankelijker. Hier zijn ook bijna alle hostels en er is ook weer veel grafitti. Centraal ligt het Plaza Trinidad. Daar wordt overdag gevoetbald en ’s avonds is het leuk om een drankje te drinken. Kun je gewoon voor 60 cent kopen bij het winkeltje op de hoek. Lekker op een bankje of op de trap van de kerk mensen kijken. Er is genoeg te zien, iedereen mag hier zijn danskunsten vertonen. Leuk vermaak. In het park Centenario is het leuk om dieren te kijken. Hier zien we leguanen, luiaards, aapjes en eekhoorns. Boven op de muur, direct aan zee, is café del Mar. De place to be bij zonsondergang. Natuurlijk doen wij daar ook een drankje. Helaas is de zonsondergang vandaag niet heel bijzonder.
Ook de verhalen over de hitte in deze stad kloppen allemaal. Het is 33 graden met bijna 100% luchtvochtigheid. Ook als je niets doet loopt het zweet over je gezicht en rug naar beneden. Daarom zijn we ook erg blij met ons airbnb appartementje met airco.

Colombia
Colombia is ons goed bevallen. Het is een veilig land om te reizen. Om die veiligheid te benadrukken zie je vooral op de toeristische plekken veel militairen. Ze zorgen ervoor dat het op die plekken rustig blijft. Reizen is erg gemakkelijk. Er is altijd wel een bus te vinden die gaat naar de plek waar je heen wilt. Daarvoor is het wel handig om wat Spaans te spreken. Sowieso trouwens wel. Er zijn veel hostels waar men ook uitsluitend Spaans spreekt. Wat ons erg mee is gevallen is dat de mensen eerlijk zijn. (Prijs)afspraken worden altijd na gekomen. Vooral vanuit Bolivia en Peru zijn we dat niet gewend en we gingen er van te voren van uit dat dat hier hetzelfde zou zijn. In die zin zijn we aangenaam verrast.

Het land is best wel schoon, in vergelijking met andere Zuid Amerikaanse landen. Natuurlijk zijn er plekken waar afval wordt gedumpt. Maar in de dorpen en steden wordt alles goed bij gehouden. De mooie felle kleuren van de huizen worden ook bijgewerkt, er is altijd wel iemand aan het schilderen. Warm water is er op de meest plekken niet. Dat is koud douchen maar ook met koud water afwassen. Dat blijft lastig met een vettige pan met rode saus. We hebben geconstateerd dat de NVWA hier nog wel wat werk te doen zou hebben.

Colombia is een groot land (22x Nederland). We hebben dus keuzes moeten maken wat wel en wat niet te doen. We hebben mooie dingen gezien en gedaan en er is ook nog heel veel moois over. Wie weet een reden om ooit nog eens terug te gaan.

Vanavond de laatste avond samen in Colombia. Vincent vliegt morgen weer naar Nederland. Jeannette mag nog een week in Cali aan het werk. Ik plaats zo meteen nog een fotoserie. Een filmpje van La Ciudad Perdida houden jullie nog tegoed.

Groetjes en tot onze volgende reis,
Jeannette en Vincent


La Ciudad Perdida

Trekking naar La Ciudad Perdida

La Ciudad Perdida is Spaans voor de Verloren Stad. Dat is de toeristische naam. De naam van de stad is Teyuna. Het is een archeologische site van een oude bergstad in de Sierra Nevada. De stad ligt ongeveer op 1200 m hoogte en is rond 650 na Christus opgericht door de Tairona indianen. Dat is 650 jaar vroeger dan Machu Picchu in Peru. De stad kan alleen bereikt worden door een trektocht van in totaal 63 km door de jungle te maken en dan 1200 traptreden te beklimmen. Laten we dat laatste nou net gedaan hebben de afgelopen 4 dagen.

Onze groep bestaat uit 6 toeristen, 2 mannen uit Frankrijk, Michel (70 jaar!) en Jean Paul, twee meisjes uit Oostenrijk, Mia en Marina en wijzelf. Daarnaast zijn er nog onze gids Luis, vertaler Jairo en kok Wilson. De tocht duurt in totaal 4 dagen waarvan we de eerste 2 dagen voornamelijk berg op lopen, in de ochtend van de 3e dag bezoeken we La Ciudad Perdida en daarna weer afdalen.

Een jeep brengt ons en al ons eten naar het beginpunt van de route. Eerst over een asfaltweg. Daarna worden we nog een uur flink door elkaar geschut op een bijna onmogelijk te rijden weg met ontzettend veel kuilen en gaten en een aantal rivieroversteken. Bijna een wonder dat we goed aankomen. Vanaf dat punt wordt ons eten verder met paarden vervoerd. Behalve lopen is dat het enige vervoermiddel naar de stad. Het eerste stuk is ook nog wel bereikbaar met motors maar die hebben wel heel erg veel te lijden van het slechte pad vol modder, kuilen en gaten. Het is nu regenseizoen en bijna iedere dag vallen er grote hoeveelheden regen die het pad geen goed doen.

We slapen in bedden met een muskietennet er om heen. Op zich prima geregeld. Het zijn stapelbedden en ze staan mannetje aan mannetje naast elkaar. Privacy is er dus helemaal niet. Ieder bed heeft een deken. We zijn daarom blij dat we onze lakenzakken bij ons hebben, ik denk niet dat de lakens hier iedere dag worden gewassen... In het hoogseizoen moeten er een aantal mensen in een hangmat slapen maar dat hoeft nu gelukkig niet. Wilson is een goede kok, hij maakt de lekkerste gerechten voor ons klaar. In ochtend meestal eieren met toast en vers fruit. De lunch lijkt erg op het diner: vlees, vis of kip met aardappelpuree of rijst en dan nog groente of salade. Het zijn grote borden en we komen helemaal niets tekort. Op de kampen kunnen we gefilterd water krijgen.

Iedereen heeft zo weinig mogelijk spullen bij zich. Dat houd in dat we 4 dagen in hetzelfde shirt en broek lopen en we zweten de hele dag … Gelukkig bestaan de kampen alleen uit een dak op palen en omdat iedereen hetzelfde ruikt valt ook dat allemaal best mee. Er zijn wc’s en ook koude douches. De stroom gaat ’s nachts uit. Als je eruit moet dan is het aardedonker, een lampje is dan wel nodig.

De dag begint om 05.00 uur, dan wordt iedereen gewekt. 05.30 uur ontbijten en om 06.00 uur, het is dan net licht, gaan we op pad. In de ochtend is het vaak nog droog dus het is een goed idee om vroeg te vertrekken. Zo maken we ook optimaal gebruik van het daglicht wat hier maar 12 uur is, ’s avonds om 18.00 uur is het weer donker. De eerste dag hebben we aan het einde van de dag meteen een flinke regenbui te pakken. Net als we aan een steile afdaling moeten beginnen. Het is een afdaling met vooral veel rode modder en weinig houvast aan stenen of iets anders. We glibberen naar beneden en zijn blij als we in het kamp aankomen. De rode modder kleeft aan onze schoenen. De toon is alvast gezet voor de volgende dagen.

We steken een aantal keren per dag een rivier over. Soms kunnen we er bijna overheen stappen. Soms van steen tot steen en ook regelmatig moeten de schoenen uit om droog over te komen. 1 keer, net voor La Ciudad Perdida, steken we een rivier over aan een touw. De rivier is breed en de stroming is sterk. Goed opletten waar je je voet neerzet, daar moet je ook flink kracht voor zetten anders sta je zo een meter verderop. Het touw goed vasthouden is noodzakelijk om heelhuids aan de overkant te komen. Een hele onderneming maar iedereen komt veilig aan de overkant.

Meteen na de oversteek mogen we de 1200 traptreden beklimmen die toegang geven tot de stad. Waarschijnlijk hadden ze in die tijd veel kleinere voeten want de treden zijn vaak zo smal dat je je voet er dwars op moet zetten voor houvast. Boven krijgen we uitleg over alle elementen van de stad. Een erg interessant verhaal. Vooral altijd weer bijzonder om te zien hoe ze in de tijd dit soort bouwwerken al konden maken

Ergens tussen de 15e en 17e eeuw is de stad waarschijnlijk verlaten. In 1973 is de stad herontdekt door de inheemse indianen, die hielden de vondst voor zichzelf. In 1976 kwam de regering ter ore dat de stad was ontdekt. Hij werd afgesloten voor bezoekers en een deel werd bloot gelegd. Men denkt dat hier 2000 tot 8000 mensen hebben gewoond. Toerisme is er sinds begin jaren ’90. In die tijd waren er regelmatig incidenten met toeristen, onder andere kidnapping. Sinds 2005 wordt het gebied en ook de stad zelf bewaakt door militairen. Sindsdien zijn er geen incidenten meer geweest en zijn het gebied en de stad veilig om te bezoeken.

Het gebied rondom de stad wordt bewoond door, naar schatting, 50.000 indianen die leven in hutten en alles wat ze nodig hebben uit de natuur halen. Een enkeling is in Santa Marta naar school geweest. Dat zijn diegenen die later de leiders van de groep worden. Ze spreken hun eigen dialect en maken weinig contact met de buitenwereld. Ze dragen van oorsprong witte kleding, die vooral erg vies is van alle modder in de jungle. We komen deze indianen regelmatig tegen, dan zijn ze meestal best wel nors en zeggen geen goedendag. Foto’s maken willen ze ook vaak liever niet. Tijdens de laatste avond krijgen we uitleg van één van de leiders van zo’n indianendorp. Hij vertelt eerst een algemeen verhaal en later mogen we vragen stellen. Bijzonder om te horen dat er nog mensen zijn die op deze manier leven in de bergen, volkomen afhankelijk van de natuur. Ze hebben een hoofd, de Mamu, die heel veel bepaalt. B.v. wie met wie trouwt en wie later leider van een groep wordt.

De trek is behoorlijk pittig, wel iets meer dan een ‘little walk in the park’. De temperatuur ligt overdag rond de 30 graden en er is een hoge luchtvochtigheid. Dat maakt dat je de hele dag ontzettend veel zweet. De regen die iedere dag valt maakt het pad er ook niet beter op. Veel modderige stukken en regelmatig een pittige klim. We zijn gestart op 140 m en eindigen uiteindelijk in de stad op 1200 m. Er is tot nu toe maar 1 pad naar de stad dus iedereen loopt ook weer via datzelfde pad terug. Op de dag dat wij vertrekken is dat in totaal met 38 toeristen, met de gidsen, vertalers en koks erbij zijn dat in totaal zo’n 50 personen. In het hoogseizoen loopt dat op naar 200 toeristen per dag. Dan wordt het overal wel erg vol; op het pad maar ook in de kampen waar je verblijft. Tel daar ook nog 10 graden extra warmte bij op. Dat lijkt me niet echt comfortabel. Geef dan maar het regenseizoen. Wij hebben goed weer gehad. Het is bij die ene bui op dag 1 gebleven. De andere dagen ging het pas regenen toen we alweer in het kamp waren.

De eerste dag ging iedereen rond 20.00 uur slapen, de laatste dag was dat al om 19.00 uur. Het lopen begint dan zijn tol te eisen. ’s Nachts worden we regelmatig wakker gehouden door de geluiden vanuit de jungle. Er is altijd een rivier dichtbij en ook kikkers zijn meesters is irritante geluiden die veels mensen uit hun slaap houden. Moe maar voldoen komen we op dag 4 al rond de middag aan bij het eindpunt.

We hebben een gezellige groep met een mix aan leeftijden en interesses. Wel allemaal doorzetters. Nooit geklaag of gezeur gehoord, van niemand. Terwijl er toch echt wel wat ongemakken zijn geweest zoals blaren, pijnlijke knieën, eten wat verkeerd valt, zere voeten, vermoeidheid en veel muggenbeten. Ook dat heeft bijgedragen aan deze bijzondere ervaring in het noorden van Colombia. Al met al een vermoeiende maar super mooie tocht die zeker aan te raden is als je hier nog eens in de buurt bent. Doe hem dan wel in het regenseizoen.

We proberen zo snel mogelijk een fotoserie te plaatsen. Vanwege de slechte internet verbinding is dat nu niet mogelijk. Die houden jullie dus nog tegoed.

Medellin en Guatape

Medellin is de tweede grootste stad van Colombia met meer dan 3 miljoen inwoners. De stad ligt in een vallei. Vooral de armere wijken worden steeds verder de heuvels op gebouwd. Medellin is vooral de stad van het drugskartel onder leiding van Pablo Escobar. Eind jaren tachtig werden hier nog 4000 moorden per jaar gepleegd en werden er veelvuldig bommen tot ontploffing gebracht. Tegenwoordig is het een veilige stad als je de arme wijken (favela’s) weet te vermijden.

Pablo Escobar 
We maken een tour door de stad onder leiding van een gids die ook ervaringsdeskundige is uit de tijd van Escobar. Hij heeft zelf geluk gehad maar heeft meerdere bommen in zijn buurt horen en zien ontploffen en de slachtoffers op straat zien liggen. “Je raakt eraan gewend” zegt hij. Indrukwekkend om dat van zo iemand te horen. We gaan langs het huis waar Escobar heeft gewoond en ook naar de plek waar hij in 1993 is vermoord. We horen hoe hij te werk ging. Moorden ging hij niet uit de weg en hij kocht mensen uit de armere wijken om met nieuwe huizen. Daardoor stemden ze op hem en kreeg hij ook veel politieke macht. Hij deed dus wel eens wat goeds maar altijd met een ander doel voor ogen. Escobar heeft zelf ongeveer 250 moorden gepleegd en een veelvoud laten plegen. Het was daarom onvermijdelijk dat hij een keer vermoord zou worden.

Comuna 13
We bezoeken de bekendste favela, Comuna 13. Dit was het meest gewelddadige en criminele district van Medellin. Nu is de wijk via roltrappen voor iedereen, ook ouderen en gehandicapten, heel gemakkelijk bereikbaar. Deze favela is met een gids prima te bezoeken. Voor de andere favela’s geldt dat niet. Een meisje uit ons hostel was met een kabelbaan naar boven gegaan en heeft wat rond gewandeld in zo’n favela, samen met een andere toerist. Ze werden vooral vreemd aan gekeken. Terug in het hotel krijgen ze van de eigenaar te horen dat ze dit echt nooit hadden moeten doen. Voorzichtigheid blijft dus geboden.

Innovatie
De stad heeft in een zeer korte tijd weten op te krabbelen uit een diep dal. Nog maar een paar jaar geleden was het voor inwoners van de tijd bijna niet mogelijk om buiten de stad te reizen. Nu kan iedereen in en uit en is het een toeristische trekpleister geworden. Ze hebben een goed werkend metrosysteem wat verbonden is met een aantal kabelbanen. De kabelbanen gaan naar de sloppenwijken. Zo kunnen deze mensen snel en veilig naar huis. Medellin werkt zo hard aan wederopbouw dat ze een paar jaar geleden zijn uitgeroepen tot meest innovatieve stad van de wereld.

Paragliden 
Medellin is dé plek om te paragliden. Wij kunnen natuurlijk niet achterblijven en rennen ook met een parachute een berg af. Het is een super leuke ervaring. Je hangt 20 minuten in de lucht, zittend in een soort stoeltje met de piloot achter je. Het uitzicht over de stad en de omliggende bergen is schitterend.

Voetbal
Ja, je leest het goed. We zijn naar een voetbalwedstrijd geweest en zelfs ik, Jeannette, vond het leuk. Het 2e team van Medellin speelt zondagavond. De sfeer in het stadion is geweldig. Er wordt veel gezongen en iedereen is erg enthousiast. Medellin wint met 2-0. Een goede reden om een feestje te vieren.


We bezoeken het historische centrum, wat een beetje tegenvalt. Het is ook niet echt historisch, de oudste gebouwen zijn pas 200 jaar oud. De botanische tuin is wel heel erg mooi. Alles bij elkaar een leuke dagtrip.

In het hostel horen we van andere reizigers alleen maar goede verhalen over een tour naar de verloren stad, in het noorden van het land. Ondanks dat we het niet van plan waren besluiten om toch deze wandeling van 4 dagen door de jungle te gaan maken. Hierover later meer.

Guatape 
Het is twee uurtje met een lokale bus om in Guatape aan te komen. Het dorp is bekend om haar vele kleuren. Bijna ieder huis is hier wel in een paar verschillende kleuren geverfd. Ook de tuk tuk’s staan er gekleurd op. Het is een klein dorpje maar wel met een heel gemoedelijke sfeer, leuke restaurantjes en aardige mensen.

Het is vandaag Halloween en dat weten ze hier ook. Er lopen alleen maar verklede en zingende kinderen door de straat.

El Peñon de Guatape 
Het dorp is vooral bekend om de dichtbij gelegen rots. Er zijn trappen tegen de steile rots gebouwd. Na 740 treden ben je boven, op 2163 m, en heb je een schitterend uitzicht over de waterrijke omgeving.

Morgen vliegen we naar Santa Marta, in het noorden. Van daar uit starten we met de 4-daagse tour naar La ciudad perdida, de verloren stad.

Zeeniveau
We zijn onze reis gestart in de Andes op 2700 m hoogte, in Bogota. Daar is de lucht al behoorlijk wat ijler dan bij ons. De soms steile straatjes beklimmen we dan ook langzaam. De temperatuur is rond de 22 graden. In Salento zijn we rond de 2000 meter. Het lopen in de bergen gaat dan al een stuk gemakkelijker. Verder naar Medellin. Dat ligt op 1600 m en daar is de temperatuur al zo’n 25 graden. Nu zijn we in Guatape, wat op 2000 m ligt. In de avond koelt het hier behoorlijk af. Lange broek en fleecetrui kunnen we goed gebruiken. Na vandaag kunnen die voor de rest van deze reis onder in de rugzak. Morgen gaan we naar de Caribische kust. Overdag rond de 33 graden en ’s nachts 25. Omdat het regenseizoen is, is het er ook nog heel erg vochtig. En als klap op de vuurpijl zitten er veel muggen, malaria muggen.

Colombia

We zijn weer op reis.
Dit keer niet op de fiets maar gewoon zoals veel andere reizigers met een backpack.
We hebben een maand om rond te trekken in Colombia. Colombia is tegenwoordig een veilig land om te reizen, als je bepaalde gebieden vermijd. In de jungle moet je nog niet echt zijn daar is de Farc nog actief. Ook zijn er een aantal wijken in de grote steden waar je niet moet zijn. Het land is 22 x Nederland en er wonen ongeveer 48 miljoen mensen. We starten in de hoofdstad.

Bogotá
Bogotá is een grote stad met meer dan 8 miljoen inwoners. De taxirit vanaf het vliegveld naar het vooraf geboekte hostel geeft al een kleine indruk van de stad. Veel verkeer, armere wijken maar ook wolkenkrabbers. Ons hostel staat in het oude gedeelte van de stad in de wijk la Candelaria. Dit is ook meteen ‘the place to be’ en het is een wijk waar je ook ’s avonds veilig over straat kunt.

Een nieuw land is altijd even wennen. Het is niet echt een cultuurschok. Toch heb je altijd wat tijd nodig aan het land, het geld en de gebruiken.

Tijdens de twee dagen die we in Bogotá verblijven verkennen we vooral de wijk la Candelaria. In elke stad gebruiken ze het concept van de free tours. Je gaat mee met een tour en betaald de gids na de tour het bedrag wat je de tour waard vond. Er wordt wel een richtbedrag gegeven maar dat vonden wij aan de hoge kant. Zo krijgen we tijdens de walking tour veel uitleg over de historie van het land en de stad, het eten, koffie en natuurlijk de coca. Zo leren we dat de goed Colombiaanse koffie vooral in Europa (Nederland en Duitsland) wordt gedronken. Tot een paar jaar terug was het zelfs verplicht om die koffie te exporteren, nu zie je op de betere plekken ook betere koffie. De mediumkwaliteit wordt vooral naar Azië, Canada, Amerika en ook Italië geëxporteerd. De slechtste kwaliteit blijft in Colombia en verkopen ze ook aan o.a. Nescafé. Voor goede Colombiaanse koffie hoef je dus niet naar Colombia, die kun je het best in Nederland proberen. Tijdens de graffiti tour volgt uitleg over hoe de graffiti ontstaan is en het verschil in stijlen. Soms zijn het ware kunststukjes (zie foto’s). We lopen naar een markthal met groente en fruit. Het is zo’n 3 km lopen en we zien het straatbeeld veranderen als we de wijk uit lopen. Veel meer mensen en ook veel meer activiteit op straat. Dit is de wereld van de lokale bevolking. Toch voelt het niet bedreigend, het is leuk om de verandering te zien gebeuren.

Salento
Na 8 uur in een luxe bus en nog een uurtje in een lokale bus komen we aan in Salento. Een klein dorpje vlakbij de Cocora vallei. De vallei is bekend om de waxpalmen van meer dan 60 m hoog. Het dorp profiteert mee van het toerisme. Er hangt een goede relaxte sfeer en ook het hostel is gezellig.

We bezoeken een lokale koffieplantage die o.a. koffie levert aan Nederland. De Colombiaanse koffie is de beste in de wereld. Dat komt omdat de koffie hier met de hand wordt geplukt. In landen als Brazilië en Vietnam doen ze dat machinaal en dat komt de kwaliteit niet ten goede. Het is leuk om te horen wat er nodig is om te planten te verzorgen en later ook om de koffie te oogsten, te pellen, drogen en branden. Leuk detail is nog dat de Colombiaanse bonen in Europa niet in Colombia maar in Europa worden gebrand. Blijkbaar is het makkelijker om cocaïne te smokkelen in gebrande koffiebonen dan in ongebrande. De gemalen koffie wordt wel hier gebrand en gemalen.
We doen de tour samen met een Frans stel die de reis op de fiets maken. Ze zijn begin dit jaar gestart in Ushuaia, de meest zuidelijke stad van de wereld, precies de plek waar wij vorig jaar onze reis door Patagonië zijn gestart. Het is leuk om te praten over de plekken waar we geweest zijn en ervaringen over fietsen te delen. Het begint ook meteen te kriebelen. Eigenlijk ben ik wel jaloers, reizen per fiets is toch het allerleukste wat er is.

We beginnen al aardig te wennen aan de Colombiaanse pesos. Het is altijd even schakelen met omrekenen. Het gaat hier om grote getallen. Voor 30 euro heb je 100.000 pesos.

Onze volgende stop is Medellin, de stad van Pablo Escobar



We zijn weer thuis, de terugblik

Toch nog een stukje fietsen
In Bariloche ligt nog een mooi rondje wat je kunt fietsen langs de kust van het meer. We kunnen het niet laten om dat toch ook nog een keer te doen. Het is in totaal 65 km en het is de moeite waard. Vele mooie uitzichten over het meer waar kleine eilandjes in liggen. Het is een prachtig zonnige dag wat het extra leuk maakt.
Bariloche is een gezellig toeristisch stadje wat vooral bekend is om de chocolade die er gemaakt wordt. Het hele centrum is dan ook gevuld met chocolade winkels die ook bijna allemaal heerlijk zelf gemaakt ijs verkopen. Tja, lastig om de verleiding te weerstaan. We eten dan ook veel ijsjes en proeven van de chocolade.

Naar Buenos Aires
Ons vliegtuig vertrekt volgende week vanaf Buenos Aires, wat nog 1500 km verderop ligt. We kopen een kaartje voor de bus. Daar mogen we 23 uur in zitten om in Buenos Aires te komen. De fietsen kunnen ook mee, daar kopen we een apart kaartje voor. De rit valt reuze mee. De stoelen zijn heel ruim, vergelijkbaar met businessclass in een vliegtuig. We krijgen maaltijden en drankjes en ’s nachts kunnen we liggen. Rond de middag arriveren we in Buenos Aires.
Het is dan nog 7 km fietsen naar het hostel. Daar zijn we een tijdje mee bezig in deze drukke stad met veel verkeer en vaak stoppen voor een verkeerslicht, dat zijn we niet meer gewend.
Het hostel is leuk en we hebben nog een paar gezellige dagen in Buenos Aires. Prima stad om een paar dagen te verblijven.

Op weg naar huis
Omdat het vliegveld 40 km verderop ligt besluiten we om onze laatste nacht een hotel te boeken dicht bij het vliegveld. Op goede vrijdag fietsen we 35 km naar het verderop gelegen Monte Grande. Van hier uit is het morgen nog maar 15 km naar het vliegveld.
We hebben een afspraak met een fietsenzaak dat we morgenvroeg twee fietsdozen op mogen halen. Helaas lukte dat vandaag allemaal niet, hier is op goede vrijdag echt alles gesloten.
Op zaterdagochtend staan we voor 9 uur al bij de fietsenzaak, die om 9 uur open gaat. Men neemt het hier niet zo nauw met de openingstijden. Om 10 minuten over negen komen de werknemers binnen. Ze hebben de dozen klaar staan. We vouwen alles zo goed mogelijk op en binden het pakket achter op onze fietsen. Zo fietsen we de laatste 15 km naar het vliegveld. Daar aangekomen gaan we de fietsen demonteren zodat ze zo klein mogelijk zijn om te vervoeren. Daarbij hebben we veel bekijks en ook aanspraak. Na 2 uurtjes sleutelen zitten de fietsen veilig in de dozen en is het tijd om in te checken. Alles verloopt prima, geen problemen met de fietsen. Zo was ook al onze ervaring op de heenweg. Via een directe vlucht naar Amsterdam komen we weer aan in Nederland.

Weer thuis
En dan zijn we weer in Keldonk. Thuis is alles prima verlopen en we zijn snel weer gewend. Gezellig om iedereen weer te zien en bij te praten. We zijn nog een paar dagen vrij om te acclimatiseren en alles weer op orde te brengen. Het ‘normale’ leven kan weer beginnen.

De feiten van onze reis

- We hebben in totaal 3402 km gefietst

- Daarvoor hebben we 236 uur op de fiets gezeten

- We hebben in totaal meer dan 36.000 hoogtemeters geklommen

- 0 lekke banden

- 2 kapotte spaken (zelf vervangen)

- 1 schakelset kapot (zelf vervangen)

- 0 remblokjes vervangen

- 2 afgebroken schroefjes (zelf vervangen)

- 1 fietsdag in korte broek (laatste dag vanuit Buenos Aires)

- 4 fietsdagen deel van de dag in korte broek, rest lange broek en ook vaak lange mouwen

- Kwart fles zonnebrandcrème was helaas voldoende

- 0 dagen ziek geweest

- We zijn in totaal 91 dagen weg geweest

- Daarvan hebben we 57 dagen gefietst

- We hebben 41 keer in de tent overnacht

- We hebben 40 keer pasta met rode saus en tonijn of gehakt gegeten (het lot van fietsers en wild kampeerders)

- We hebben 145 fietsers gezien waarvan het merendeel richting het zuiden fietste

- De fietsers komen vaak uit Europa

Terugblik op de reis
Patagonië is geweldig! De natuur is erg apart en soms ook wel overweldigend. Het uiterste zuiden is enorm leeg, soms niet te begrijpen hoe mens en dier hier kan en wil leven. Daardoor is het wel bijzonder dat je daar dan even deel van uitmaakt. Zeker als we nu weer terugkijken op dat eerste deel dan was dat vooral toch wel erg zwaar en soms behoorlijk afzien. Daarom zijn we blij dat we de route van zuid naar noord hebben gefietst, zo fietsten we steeds verder naar de beschaving en luxe toe. Nadeel was wel dat we op het eerste deel, tot aan de Carretera Austral vaker wind tegen hadden.
We hebben erg veel geluk gehad met het weer. Natuurlijk hadden we, zoals verwacht, regelmatig wind tegen in het zuiden maar nooit zo extreem dat we er niet tegenin konden fietsen. We kennen verhalen van fietsers die een aantal dagen hebben moeten wachten omdat het te hard waaide, dat hebben wij niet gehad. In het eerste deel was vaak letterlijk niets, daar hebben we ook redelijk vaak wild gekampeerd. Achteraf zijn dat toch vaak de mooiste herinneringen aan bijzondere plekken waar je dan terecht komt om je tent op te zetten.
De grensovergang vanaf El Chalten naar Villa O’Higgins, om op de Carretera Austral te komen is berucht en vooraf vaak besproken. Alles bij elkaar viel dat erg mee en was het eigenlijk gewoon een leuke dag, afgezien van de regen.
Op de Carretera Austral zou het minder waaien, wat warmer zijn en vooral vaak regenen, omdat het zo groen is. Niets van dat alles. We hebben redelijk wat wind gehad en het was ronduit fris, vaak rond de 10 graden. Van regen hebben we dan weer niet zo veel last gehad. Omdat het koud was zijn we vanaf de helft van de Carretera Austral over gestapt op luxere overnachtingsplaatsen, vaker in een hospedaje, hostel of cababa.
Vooral het zuidelijke deel van de Carretera Austral is een belevenis. Alles is onverhard, er wonen niet veel mensen, de dorpjes zijn klein en primitief en de natuur is geweldig. Omdat het zo vaak regent is het heel erg groen en komen er overal watervallen van de groene bergen. Veel varens en groene planten. Totaal anders dan de kale vlaktes in het zuiden.
Verder naar het noorden is alles wat toegankelijker. De weg is soms, en later vaak, geasfalteerd en daarmee verdwijnt dan ook meteen de charme van de Carretera Austral wat erg jammer is.

Wij zijn een geweldige ervaring rijker. We hebben genoten van deze reis die toch wel de meest avontuurlijke is tot nu toe. Het was soms zwaar en afzien maar achteraf in ieder geval heel erg de moeite waard.

We vonden het leuk dat jullie ons allemaal hebben gevolgd en hebben genoten van de reacties die we steeds kregen op onze verhalen, foto’s en filmpjes.
Bedankt allemaal en tot de volgende reis …



Missie volbracht, we zijn in Bariloche!

Onze missie is volbracht. Met bijna 3000 fietskilometers in de benen komen we op vrijdag 7 april 2017 aan in Bariloche. We hadden vooraf niet kunnen denken dat we echt alles fietsend af zouden leggen. Dat is uiteindelijk wel gelukt.

Het leven na de Carretera Austral
Puerto Montt valt ons erg tegen. Het is een saaie industriestad waar weinig leven in zit. Na een rustdag vertrekken dus ook weer. We gaan richting het noorden waar zeven mooie meren liggen. We hebben geen tijd om ze alle zeven te zien maar een aantal in ieder geval wel. We fietsen 45 km en komen aan in Puerto Varas. Een mooi dorpje aan het eerste meer, LLanquihue. Erg toeristisch maar omdat het na seizoen is, is het helemaal niet druk en vooral erg leuk. We vinden een leuk hostel waar we onze tent in de tuin opzetten. We vinden in het dorp zowaar een echt terras waar we een deel van de middag heerlijk in het zonnetje doorbrengen.
De levensstandaard is in deze omgeving hoger dan op eerdere plekken. De huizen zijn mooier en beter en ze hebben vaak ook een tuin. Het hele dorp heeft verharde wegen en de auto’s zijn ook groter en mooier. Op de Carretera Austral reden er bijna alleen maar pick-ups, die zie je hier een stuk minder. Ook hier blijven we nog een extra dag. We hebben besloten om het in dit deel rustig aan te doen en als het ergens leuk is een extra dag te blijven. Zonder omwegen is het niet ver meer naar Bariloche.
Het meer is erg mooi en we fietsen er dan ook voor 2/3 omheen. Dit gebied staat bekend om de vele vulkanen. We kunnen er vanaf het meer drie zien. De bekendste is de vulkaan Osorno, waar we al fietsend steeds dichterbij komen. Een mooi gezicht met de top nog vol met sneeuw. Hij is regelmatig in de wolken maar op een dag, als we er nog dicht bij zijn, zien we de vulkaan helemaal zonder wolken. Dat is best bijzonder en levert mooie plaatjes op. We overnachten nu vaak in een cabana, een soort vakantie bungalow. De campings zijn vaak gesloten en als ze open zijn dan is er helemaal niemand. Voor een cabana kunnen we behoorlijk afdingen en dan zijn ze redelijk betaalbaar. Het is altijd makkelijk om als fietser te zeggen dat we niet veel geld hebben, dat werkt vaak wel om de prijs naar beneden te krijgen.

Lago Puyehue
Als we het meer al een heel eind rond zijn besluiten we om een dag eerder richting het volgende meer te fietsen, lago Puyehue. Er komt wat regenachtig weer aan en we hebben geen zin om in de regen te fietsen. We vinden in het dorpje Entre Lagos een super leuke cabana. We hebben een eigen tuin, rechtstreeks toegang tot het meer en binnen is het gezellig met een mooie houtkachel. Hier gaan we het wel een paar dagen volhouden. 3 april is Vincent jarig en we willen hier blijven tot na zijn verjaardag, dat is in totaal 3 nachten. We vermaken ons prima met het verkennen van het dorp en lekker relaxen in ons huis. Natuurlijk bakken we ook weer een paar broden. We gaan uit eten en kopen gebak ter ere van de verjaardag van Vincent.

Toch weer fietsen
En dan is het toch weer tijd om te fietsen. De voorspelling is dat het een regenachtige week gaat worden en we proberen alles zo goed mogelijk tussen de buien door te plannen. We gaan nu richting Argentinië. Om daar te komen moeten we een hoge pas over en er zijn onderweg weinig overnachtingsmogelijkheden. Daarom fietsen we de eerste dag maar 45 km. We overnachten in een cabana in het Nationaal Park Puyehue.

Terug naar Argentinië
Vandaag is de dag dat we weer terug gaan naar Argentinië. De totale afstand naar het volgende dorp is 70 km. Dat is op zich niet ver maar er ligt nog wel een hoge pas tussen ons en het dorp. Natuurlijk ligt de landsgrens precies op de top. Na een paar km fietsen komen we al bij de Chileense douane. Na wat formuliertjes en de juiste stempels in ons paspoort zijn we hier verrassend snel doorheen. We kunnen verder naar de top. Het is in totaal een klim met een lengte van 28 km en we stijgen tot 1321 m. Het hoogste punt van onze hele reis. Hoe hoger we komen hoe kouder het wordt. Natuurlijk waait het op de top en we doen al onze regen- en windkleding aan om ons te weren tegen een koude afdaling. En koud is het! Een mooie weg en ruige bergen maar dus ook erg koud. Na ongeveer 20 km komen we aan bij de Argentijnse douane. Ook daar gaat alles redelijk vlot, ondanks de vele stempels die we nodig hebben. Als we aan komen fietsen moeten we stoppen voor een slagboom. Een mannetje noteert op een formuliertje dat we twee fietsen bij ons hebben en zet er een stempel op, we krijgen het mee. Dan naar de douane, we hebben snel een stempel in onze paspoorten. Dan nog wel even in de rij voor nog een stempel op het formuliertje dat we twee fietsen bij ons hebben. We hebben geluk; we krijgen geen bagage controle op verse etenswaren. We hebben niets bij ons wat verboden is maar het kost toch altijd weer tijd. Na een half uurtje zijn we ook hier weer vertrokken. De laatste hobbel is weer een slagboom waar nog een mannetje zit waar we het formuliertje, waar op staat dat we twee fietsen bij ons hebben, weer inleveren. Ach, zo zijn er toch zeker weer 5 mensen aan het werk …
De laatste 25 km zijn nog best zwaar na die lange klim. Als we wat dichter bij ons eindpunt voor vandaag komen, komen we weer op ruta 40 terecht, de doorgaande weg van noord naar zuid in Argentinië. Het is dan ook een stuk drukker. Gelukkig is dat maar 10 km. Vermoeid komen we aan in Villa la Angostura. We nemen onze intrek in de jeugdherberg, vinden we wel bij ons passen ????
Ook hier kijken we naar de weersverwachting. Morgen de hele dag regen, vrijdag misschien wat droger. Dan gaan we dus morgen zeker niet fietsen. Dat blijkt een goede keuze, het regent echt de hele dag pijpenstelen. Er zijn hier drie fietsers die uiteindelijk toch gaan fietsen omdat ze zaterdag hun terugvlucht hebben. Wij zijn blij dat we de hele dag lekker binnen zitten. Hopelijk is het morgen beter …

Naar Bariloche
Als we opstaan is het droog, we gaan dus fietsen. Als we vertrekken is het koud, 3 graden. Een extra jas biedt uitkomst. Na een uurtje komt tegen alle verwachtingen in de zon door. Alles ziet er meteen een stuk beter uit. De route is erg mooi. Eerst een heel stuk langs het meer met mooie uitzichten op de besneeuwde bergen en ski hellingen hier in de buurt. Dan een soort hoogvlakte met een wat kaler landschap maar met veel verschillende kleuren en ook weer bergen op de achtergrond. Het fietsen gaat lekker snel en we zijn op tijd in Bariloche. We komen langs het busstation en kopen meteen een kaartjes voor de bus naar Buenos Aires. Maandag 10 april vertrekken we. We mogen 23 uur in de bus zitten. Daarvoor hebben we dan wel echte slaapstoelen, krijgen we een kussen en dekentje en drie maaltijden. Ook de fietsen kunnen mee. Lijkt allemaal prima geregeld dus.
We zoeken ons vooraf gereserveerde hostel op en dan zit officieel onze fietsreis erop.

Naar het einde van de Carretera Austral

De camping in Puyuhuapi is erg gezellig. Er is een gezamenlijke kookruimte waar we met z’n allen rond de kachel staan om ons eten te bereiden. Het dorp is klein maar heeft wel, zoals elk dorp hier, een mooi plein midden in het dorp. In het dorp lopen weer overal honden. Ze lopen los en doen eigenlijk niets, zelfs ik vind ze meestal niet eng. Ik weet niet of ze van iemand zijn, ze zijn in ieder geval aardig en zien er over het algemeen goed verzorgd uit.
We zijn onderweg naar Chaiten, wat zo’n beetje 200 km verderop ligt. We zien het landschap en ook de ontwikkeling veranderen. Het landschap is veel groener en alles wordt wat luxer. De huizen zijn mooier en beter onderhouden en hier zien we ook overal stroomvoorziening. In het begin van de Carretera Austral was dat nog helemaal niet. Daar had iedere woning zijn eigen generator of soms een hele grote generator voor een heel dorp. Dat is hier allemaal anders. We fietsen ook veel vaker over een asfaltweg. Dat fietst op zich wel fijn en ons gemiddelde gaat erg omhoog. Toch is het veel minder leuk. Zodra ripio over gaat in asfalt denk je een kilometer of zo hoe fijn dit fietst. Niet opletten voor losse stenen en kuilen en ook niet meer door elkaar worden geschud. Toch is het ook meteen een stuk saaier, nu fietsen we over een ‘gewone’ weg die overal zou kunnen liggen, geen ‘Carretera Austral gevoel’ meer. We vinden twee mooie semi wildkampeerplekken. De eerste ligt bij een oud kerkje waar een kraan is, een toilet en een paar picknicktafels. Een erg mooie en rustige plek. Er is voldoende hout aanwezig dus ’s avonds kunnen we een lekker warm vuurtje maken. De volgende dag willen we naar Chaiten fietsen. Op 25 km voor het dorp komen we bij de ingang van nationaal park Pumalin. In het park zijn een aantal campings, het is mooi weer en we hebben de tijd dus besluiten we om naar een camping in het park te gaan. We hebben uitzicht op een gletsjer en zitten op een rustige plek midden tussen de bergen. De volgende dag is het nog maar een stukje naar Chaiten, een mooie asfaltweg de heel geleidelijk daalt naar zee niveau. We zijn voor de middag nog in Chaiten en vinden een gezellig hostel waar we onze intrek nemen. We willen hier een extra dag blijven o.a. om een wandeling te maken naar het uitzichtpunt op de krater van de vulkaan. 10 km verderop ligt een vulkaan waar met tot 2008 het bestaan niet van wist. In mei van dat jaar kwam het tot een uitbarsting en alles tot 50 km in de omgeving werd geëvacueerd. Chaiten is weer opgebouwd en bewoond, de vulkaan kun je zien vanuit het dorp. Overdag komt er witte rook uit, tegen de avond zwarte.

Chiloe
Vanuit Chaiten gaat er een boot naar het verderop gelegen eiland Chiloe. Dat is het vijfde grootste eiland van Chili en schijnt erg mooi te zijn. Het regent er heel vaak, daarom staat het niet echt in onze planning. Het weer lijkt nu echter stabiel, zonnig, 17 graden en geen regen. We informeren naar de mogelijkheden. De boot naar Chiloe gaat twee keer per week en hij vertrekt toevallig morgen. We besluiten om tickets te kopen en via Chiloe naar Puerto Montt te fietsen. Een meer culturele route die ook zeker erg groen zal zijn. Hij is wel ruim 100 km langer. De overtocht duurt ruim 4 uur.

We komen in de middag aan in Quellon en gaan naar de camping, net buiten het dorp. Vanaf hier hebben we een schitterend uitzicht op Quellon, zowel overdag als ook ’s avonds, met alle lichtjes aan. We vertrekken de volgende ochtend richting Castro. Geen idee wat het eiland ons zal brengen qua weg en hoogtemeters. We zien dus wel waar we vandaag uitkomen. De weg is geasfalteerd. Daarom pompen we ’s morgens eerst onze banden weer op, die stonden nog op de ripio stand. Voor onverharde weg moeten we banden behoorlijk zacht zijn om goed over alle rollende stenen en kuilen heen te komen. Voor asfalt moeten ze juist weer zo hard (5 bar!) mogelijk zijn om goed te rollen. Het fietsen gaan prima ondanks dat we veel hoogtemeters moeten maken. Het gaat steeds van een meter of 20 naar 180 m en weer terug. Toch fietsen we behoorlijk snel en we besluiten in de middag om door te fietsen naar Castro, zo’n beetje het belangrijkste dorp van het eiland. We vinden er een leuk hostel. Het weer is nog steeds goed, rond de 20 graden en Castro blijkt een leuk, gezellig en relaxed dorp te zijn. We besluiten om nog een extra dag te blijven. Ik bak echte Chileense empenadas, twee volkorenbroden en we maken zelf pizza. Een soort van culinaire tussenstop dus eigenlijk.

Alles gaat anders
We maken een route voor de gps die vooral langs de kust van het eiland loopt, wel voor een groot deel weer ripio maar het lijkt ons wel mooi om te doen. De eerste 20 km gaan snel. We komen in een leuk toeristisch dorp waar we koffie en thee zetten. Dan gaan we over op ripio. Het is meteen zwaar. Het begint met een paar klimmetjes van 12%, dat kunnen we tegenwoordig wel fietsen. Dan een klim van 19%. Vincent kan op de fiets blijven maar ik moet lopen. De fiets naar boven duwen is bijna niet te doen. Even verderop weer een hele steile klim waar we allebei moeten afstappen. Fiets naar boven duwen lukt ook niet doordat er veel losse stenen liggen. Als we de route op de gps goed bekijken zien we dat dit nog een lange klim is, dan volgt er een afdaling en dan weer zo’n klim. Geen idee hoe we dat moeten gaan doen. We besluiten om terug te gaan naar het dorp en via een andere route te fietsen. Rond lunchtijd zijn we weer in het dorp. We lunchen op een bankje in het park, vlakbij een mooie houten kerk. Op het eiland zijn ooit 160 kerken geweest. Er zijn er nu nog 60 over en 16 daarvan zijn beschermd door Unesco. Ook zijn er een aantal handwerkwinkels in de buurt met vooral houtsnijwerk, sieraden en kleding.
Omdat vandaag toch helemaal anders loopt dan gepland besluiten we om de camping op te zoeken en de rest van de dag hier te blijven. Lekker genieten van het zonnetje. De volgende ochtend fietsen we weer verder, ook weer in de zon. Ook nu weten we nog niet wat we gaan doen. Uiteindelijk besluiten we om vandaag extra veel kilometers te maken en helemaal naar het noorden van het eiland te fietsen naar Chacao, vlak bij de ferry. Dan hoeven we morgen, na de oversteek naar het vasteland, nog maar 61 km naar Puerto Montt. In het dorp vinden we in eerste instantie een kamer bij een aardige oude vrouw. Ik heb de kamer bekeken, die ziet er prima uit en ik heb al gezegd dat we hem nemen. Als we onze spullen van de fiets halen zegt ze dat ze ook nog een cabana heeft voor maar 25.000 pesos, wat niet echt veel is. We gaan kijken en krijgen een ruim huis voor 4 personen te zien met alles erop en eraan. Als we eenmaal een beetje zijn gesetteld vinden we het wel een heel relaxed huis. Zo leuk dat we ook hier weer besluiten om een dag te blijven. Zo loopt ook dit weer helemaal anders dan gepland.

Het laatste stukje naar Puerto Montt
Op onze vrije dag in de cabana doen we de was, bakken we empenadas en nog een keer twee broden. Onze dag is goed besteed. Sinds we in Patagonië zijn, zijn de dagen een stuk korter geworden. Toen we aankwamen was het rond 4.00 uur in de ochtend licht en werd het rond 22.30 uur donker. Nu is het pas tegen 8.00 uur licht en is het ook om 20.00 uur weer donker. Echt vroeg opstaan en op tijd vertrekken is er dus niet echt bij. We staan vandaag wel op in het donker omdat we op tijd bij de ferry willen zijn die ons weer naar het vasteland gaat brengen. Het gaat allemaal voorspoedig en we zijn al rond 8.30 uur aan de overkant. Nog iets meer dan 60 km naar Puerto Montt. Helaas wel over een saaie snelweg. Na 50 km vinden we een afslag via een weg die meer langs de kust loopt. Dat blijkt een goede beslissing. We fietsen eerst langs de industriehaven en later langs de meer toeristische haven. We zien ook nog een leuke markt die we later willen bezoeken. In Puerto Montt aangekomen gaan we op zoek naar het begin van de Carretera Austral. We verwachten een bord of zo waar het begin van deze gedenkwaardige weg staat aangegeven. Niets van dat alles. Het enige wat we vinden is een bordje na de eerste honderd meter. Dan daar maar een foto van maken, hebben we in ieder geval toch een herinnering.
We zoeken een hostel om een paar dagen te blijven. We willen de stad een beetje verkennen, de
website bijwerken met dit verhaal, foto’s en filmpjes en plannen maken voor het vervolg.

Merenroute
Ten noorden van Puerto Montt liggen een aantal vulkanen met mooie meren. Daar gaan we naar toe fietsen. Via een toeristische merenroute komen we dan na nog zo’n 350 km aan in Bariloche. Dat zal het eindpunt zijn van onze fietsreis. Van daaruit nemen we een bus naar Buenos Aires en dan het vliegtuig naar Amsterdam.

Van Rio Tranquilo naar Puyupuhapi

We hebben nog een gezellige avond op de camping met een Nederlands stel wat op de motor een jaar door Zuid Amerika reist. Leuk om ervaringen uit te wisselen. We vinden elkaars manier van reizen erg interessant. De volgende ochtend is het dan toch weer echt tijd om te vertrekken. 120 km verderop ligt Villa Cerro Castillo. Het weer is niet al te best, het waait en regent en het is koud. We zijn er allebei een beetje klaar mee. Niet met het fietsen en ook niet met de omgeving, die is werkelijk prachtig. Wel met het weer. Het is koud, nat en het waait hard. We fietsen nu al vier dagen langs het noordelijke gletsjerplateau en het schijnt geweldig mooi te zijn. Helaas hebben wij daar bijna niets van mogen meemaken. Te mistig, te regenachtig en te veel wolken. De route is vandaag prima te doen en aan het einde van de dag vinden we een mooi verlaten huisje waar een kamer is die nog helemaal intact is met raam en deur. We kunnen er prima in slapen en hoeven de tent niet op te zetten. Het is een mooie plek aan de rivier. Nog 1 dag te gaan naar Villa Cerro Castillo. Het weer is vandaag wat beter, deels blauwe lucht en dus uitzicht. Wat is het hier prachtig, dat blijven we de hele dag tegen elkaar zeggen. De laatste 30 km vallen nog behoorlijk tegen omdat de weg vol ligt met losse stenen. Vooral bergop is dat heel lastig, het stuur wil steeds niet precies wat ik wil. In Cerro Castillo aangekomen zoeken we een camping op. Later blijkt dat het personeel niet erg vriendelijk is en dat de meeste dingen niet goed functioneren op de camping, zoals een kraan en een douche en dat er muziek en pratende mensen zijn tot 4 uur ‘s nachts. Reden om voor onze rustdag iets anders te zoeken. We vinden een leuke hospedaje bij een oude dame en maken gebruik van de luxe door een groot deel van de kleding te wassen. Soms is twee keer wassen geen overbodige luxe.

Naar Coyhaique 

Het heeft vannacht gevroren. Een erg koude start dus vandaag. Wel een strak blauwe lucht en we mogen meteen beginnen aan een klim van 800 m die ons naar een top van 1120 m voert. Boven op de top, na ongeveer 40 km is een Conaf camping (Conaf is te vergelijken met Staatsbosbeheer). De klim is heerlijk over asfalt en helemaal niet te steil. We zijn ondertussen ook wel wat gewend natuurlijk. We vinden de camping op een schitterende plek in het bos. De plekken hebben allemaal een eigen hutje, picknickbank en kraan. Voor een warme douche moeten we eerst de ketel met water zelf opstoken met een houtvuurtje. Uurtje wachten en we hebben een heerlijk warme douche. We zitten lekker in het zonnetje en lezen wat. Als de zon achter de berg verdwijnt wordt het snel koud. Eten koken en op tijd de tent in. Het is fijn dat we goede spullen bij ons hebben. Fijne tent die stabiel staat, goede matjes die ook isoleren en een warme slaapzak. De volgende dag is het nog maar 65 km naar Coyhaique en ook nog merendeels bergaf. Een groot deel fietsen we door een landbouwgebied. We zien hier zelfs gras in balen. De landbouw bestaat hier  alleen maar uit grasland wat wordt gebruikt voor de vleeskoeien. Melkveebedrijven zie je hier eigenlijk niet. We komen al rond 12 uur aan in de stad en gaan naar een hostel met camping. Valt erg tegen dus zoeken we wat anders. De prijzen van de hostals zijn hier hoog. Dan toch maar naar de camping buiten de stad. Was op zich wel leuk maar er was verder niemand en toch wel een paar km buiten de stad. We fietsen weer terug richting centrum en vinden uiteindelijk een leuk en betaalbaar hostal. Coyhaique is de grootste stad aan de Carretera Austral en heeft 45.000 inwoners. Er is een grote supermarkt waar we onze voedselvoorraad weer helemaal aanvullen. Ook de toilettas van Vincent, die hij in Rio Tranquilo is kwijt geraakt, is weer redelijk gevuld.

Hoe nu verder?? 

Omdat het steeds erg koud blijft en de vooruitzichten ook zo blijven bedenken we of we vanaf hier nog wel door willen fietsen. Een beetje warmte zou welkom zijn. Tot nu toe hebben we nog maar 2 of 3 dagen in korte broek kunnen fietsen en als we kamperen moeten we steeds vroeg de tent in omdat het te koud is om buiten te zitten. Dat zijn we ondertussen wel een beetje beu. We blijven een dag in Coyhaique om uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn. We kunnen 70 km verder fietsen naar Puerto Aysen en van daar uit een boot nemen naar Puerto Montt, het einde van de Carretera Austral. Wat blijkt; de eerste vrije mogelijkheid is over precies 14 dagen. Daar gaan we natuurlijk niet op wachten. Dan kunnen we ook nog met de bus maar het is erg onzeker of de fietsen dan wel mee kunnen. Ook lastig dus. We besluiten om maar gewoon door te fietsen en dan wat luxer te overnachten in een hospedaje of hostal. Het volgende deel van de route heeft in ieder geval wel die mogelijkheid. Als het dan overdag erg koud is dan weten we in ieder geval dat we ’s avonds lekker warm binnen kunnen zitten. Zo gezegd zo gedaan.  Als we uit Coyhaique vertrekken is het koud. We fietsen met twee jassen en dikke handschoenen aan. Als we koffie zitten te drinken twijfelen we of we er wel goed aan hebben gedaan om door te fietsen. Omdat we nu eigenlijk niet meer anders kunnen fietsen we maar gewoon door. De route loopt na een klim van 200 meter behoorlijk vlak door een dal met links en rechts hoge bergen. Er komen veel riviertjes en watervallen van de bergen naar beneden. In het dal is wat landbouw en we zien vandaag behoorlijk wat bewoning. Je kunt merken dat we dichter bij de stad zijn. De weg is nog steeds verhard. Dat brengt het gemiddelde behoorlijk omhoog. Op ripio fietsen we vaak 10 – 12 km/uur, hier wel 17. In Villa Manihuales vinden we een leuke hospedaje. We mogen vanavond de keuken gebruiken maar besluiten in het bijbehorende restaurant te eten.  Het volgende dorp ligt op 59 km van hier. Voor vanmiddag en vanavond is er veel regen voorspeld dus besluiten we om niet verder dan die 59 km te gaan. Het is een beetje een kwakkeldag met af en toe wat spatjes regen maar soms ook wat helderder weer. We zoeken weer een hospedaje op. Daar hebben we heel erg goed aan gedaan. Het regent de hele verdere dag en nacht. Als we wakker worden is het net droog.

Nationaal park Queulat 

Omdat het volgens het weerbericht vandaag droog zal blijven gaan we toch maar fietsen. Het is fris maar redelijk droog. Af en toe even de regenjas aan maar dat valt allemaal wel mee. Rondom ons is er op de toppen van de bergen overal verse sneeuw gevallen. De route is echt prachtig. Door de vele regen van gisteren komt er iedere paar honderd meter wel een stroompje, rivier, waterval of zoiets de berg af. Soms zijn het echte kolkende rivieren, indrukwekkend om te zien. Na 33 km is het over met de pret van het asfalt. Weer ripio vanaf hier en we mogen meteen klimmen. We gaan er van uit dat we 1.000 m moeten klimmen maar tot onze verbazing komen we niet verder dan 400 m. Wat een kadootje! We fietsen ondertussen in Nationaal Park Queulat. Vooral de afdaling is geweldig. Het regent hier 4000 mm per jaar dus alles is heel erg groen. Bemoste bomen, veel varens en Gunnera’s en vooral veel watervallen en mooie riviertjes. We fietsen regelmatig heel langzaam en zeggen tegen elkaar hoe mooi het hier is. We komen uit bij een camping en refugio’s midden in het bos, gebouwd op een steile helling. We moeten onze spullen een heel eind via trappen door het bos omhoog dragen. Er is een mooie keuken op de helling gebouwd en iets hoger liggen een aantal tentplaatsjes en drie hutjes. We nemen één van de hutjes en zitten ’s avonds lekker bij de kachel. Samen met een Argentijns stel; allebei journalist en ze verdienen de kost door te schrijven over hun fietsreis. Ideale manier van reizen lijkt me.  Als we wakker worden regent het en na wat twijfelen besluiten we, net zoals het Argentijnse stel, om hier een dag te blijven. We hebben een lekker luie dag binnen en lezen veel. Helemaal goed dat we hier zijn gebleven. Het is nog maar 24 km naar Puyuhuapi. Het is lekker weer en de zon schijnt. Na een kilometer of 10 bereiken we het fjord waar Puyuhuapi aan ligt. We kijken uit naar dolfijnen maar zien ze helaas niet. Met zon en een heerlijke temperatuur komen we aan in het dorp. We lunchen in het parkje en zien een aantal andere fietsers. We praten nog wat met een frans stel op ligfietsen die voor onbepaalde tijd onderweg is. Na de lunch zoeken we de camping op die ons is aanbevolen. De tent staat onder een soort afdak, ideaal tegen regen en wind, alhoewel dat vandaag niet echt nodig is.

De wifi verbinding is hier slecht. De foto’s en filmpje bij dit verhaal houden jullie nog van ons tegoed.