vincentenjeannette.reismee.nl

Op naar de Akropolis

We verlaten Olympia en gaan voor een aantal dagen de bergen in. Er staan ons een paar flinke klimmen van 1100 en 1200 meter te wachten. De omgeving is heel anders dan aan de kust maar zeker niet minder mooi. De temperatuur begint al aardig op te lopen. Het klimmen wordt daardoor iedere dag een beetje zwaarder. Tijdens de lunch valt er zomaar een bui uit te lucht. We zitten eerst in een bushokje maar dat is niet bestand tegen de bui. De mevrouw van tegenover wenkt dat we binnen moeten komen. We gaan zitten in de garage met al onze natte spullen. Ze wil eigenlijk dat we binnen komen. Als compensatie brengt ze ons een grote zak met eigen gebakken gemberkoekjes, dat slaan we niet af. Na een uurtje klaart het weer op. Als we die middag door een mooi bergdorpje komen besluiten we om te blijven. Het is er nog rustig, het toeristenseizoen is nog niet begonnen. Afdingen voor een hotelkamer hebben we tot een sport gemaakt. Er volgen nog twee behoorlijk zware dagen voordat we in Sparta op de camping aankomen. Op de camping zijn we amper van de fiets afgestapt als onze Duitse buurman al naar ons toe komt: “zijn jullie op vakantie?!?”. Hij begrijpt werkelijk niet hoe iemand kan verzinnen om vrijwillig met de fiets op vakantie te gaan.

Na Sparta volgt er een zware dag met veel kilometers en nog meer hoogtemeters. We besluiten om te proberen om die in één keer te doen om zo aan de oostkant bij de kust aan te komen. We fietsen dat deel op de dag dat de Alp d’huzes in Frankrijk wordt gereden. Het motiveert wel om te weten dat er nog heel veel anderen zijn die het nog veel zwaarder hebben dan wij. De klim is zwaar en vooral erg heet, zo’n 36 graden en meestal vol in de zon en geen wind. Op de top is een erg mooi dorpje waar we even pauzeren. We dalen af en bij elke bocht wordt de omgeving mooier. Een geweldige afdaling. Ook de kust aan de andere kant is super mooi maar nog steeds zwaar om te fietsen. Het blijft maar klimmen en dalen en het is nog steeds erg warm. We houden een extra rustdag op een mooie camping aan het strand en fietsen via een iets makkelijker weg naar Poros.

Naar Athene
Poros is een eiland net voor de kust. Van hier uit vertrekken de boten naar Athene. We blijven hier een nachtje, in een prachtig hotelletje aan het strand en vertrekken dan voor onze allerlaatste fietsdag. Eerst een uurtje op een super snelle boot. Met een vaartje van 60 km/uur brengt hij ons naar Athene. In de haven van Piraeus komen we aan. Van daar is het nog 12 km naar de Akropolis. Het is nog ochtend dus we doen lekker rustig aan om de stad in te fietsen. Het gebied rondom de Akropolis is groen en vooral erg rustig. Er zijn nog niet zoveel toeristen en we fietsen via een brede weg die alleen door voetgangers wordt gebruikt omhoog. Op een hoogte van 80 m komen we aan bij ons eindpunt: de Akropolis!
Het uitzicht op het gebouw is indrukwekkend en natuurlijk leggen we dat vast met foto’s.

Het zit erop
Onze fietsreis van Rome naar Athene zit erop na 6 landen, 9 veerboten, 2400 km, 30.000 hoogtemeters, 3 lekke banden en 38 fietsdagen.
We hebben erg genoten van de reis. Italië was leuk om in te fietsen, daar was het weer ook lekker. De Balkan was helaas wat te koud maar gelukkig viel lang niet alle regen die was voorspeld. De Balkan is ook zeker een plek om nog een keer terug te gaan. Het zijn mooie landen met geweldige natuur en vriendelijke mensen. Het is voor ons allebei de eerste keer dat we in Griekenland zijn. Het land is meer georganiseerd dan ik gedacht had. Het verkeer houdt goed rekening met fietsers, de mensen zijn vriendelijk en het weer was prima. De eilanden waren mooi en vooral Peloponnesos was geweldig. Alles bij elkaar hebben we nog maar een klein deel van Griekenland gezien. Ook dit is een land om zeker nog vaker terug te komen. We hadden verwacht en horen ook van andere fietsers dat we regelmatig last zouden hebben van loslopende honden maar dat is erg mee gevallen.

We hebben genoten van onze reis en vinden het altijd leuk om jullie mee te nemen met onze verhalen, foto’s en filmpjes. Leuk dat jullie ons weer hebben gevolgd en bedankt voor alle leuke reacties.

Tot een volgende reis
Groeten, Jeannette en Vincent


Van Sarande naar Olympia

We zijn in Olympia
Hier is het allemaal begonnen in het jaar 776 voor Christus. Het begin van de Olympische spelen die toen ook al iedere 4 jaar werden gehouden. Ook toen hadden ze al een Olympisch vuur. Nu wordt dat vuur nog iedere 4 jaar ontstoken in de oude stad en vanaf die plek naar de organiserende stad gebracht. Dit deed men voor het eerst tijdens de spelen van Berlijn in 1936.
Indrukwekkend om in die oude stad rond te lopen, waar overigens niet heel veel meer van over is. We bezoeken ook nog het archeologisch museum en het museum over de Olympische spelen. Erg interessant allemaal.

De start in Griekenland
Vanaf Sarande in Albanië nemen we de boot naar Corfu. We stappen meteen op de fiets. Omdat we voor kleinere weggetjes kiezen is het meteen erg mooi maar ook meteen steil klimmen. We fietsen naar de andere kant van het eiland waar 1 camping is. Die is nog dicht omdat het weer te slecht is geweest om alles in orde te brengen. Dan maar een kamer aan de overzijde, is ook prima. In de avond lopen we nog naar een mooi klein baaitje met een strandje. Dit gaan we nog vaak zien de komende tijd. Na nog een dag fietsen zijn we al helemaal in het zuiden van het eiland en nemen we de boot naar het vasteland. De kust is heel erg mooi. Het water is zo blauw dat je bijna niet geloofd dat het echt is. Na elke bocht is er weer een ander mooi uitzicht.
Onderweg komen we langs het enige fietscafé van Griekenland. Het is een gezellig terrasje in de ‘middle of nowhere’. We worden binnen gepraat door Rick. Die heeft, samen met zijn vrouw, onze route al gefietst. We kletsen gezellig en krijgen nog wat tips voor de komende dagen.

Onderweg krijgen we vaak goede reacties van de lokale bevolking. Veel chauffeurs steken hun duim op of toeteren om aan te geven dat ze het leuk vinden wat we doen. Als we ergens zitten om even pauze te houden en bewoners zien ons, dan komen ze vaak wat te eten brengen zoals fruit uit eigen tuin of koekjes. Natuurlijk nemen we dat allemaal graag aan. Voor hun is het een mooie gelegenheid om te informeren wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Dat gaat over het algemeen in het Engels. Ons Grieks is niet zo goed en het verbaasd me hoe goed er Engels wordt gesproken, ook door de wat oudere mensen. Dat had ik niet verwacht.
Op de campings staat er vaak maar 1 tent, die van ons. Alle andere gasten zijn over het algemeen met de camper. Vaak senioren die lang onderweg zijn, ook veel Nederlanders.
De wegen zijn verrassend goed hier. Veel beter dan in bv Italië. Ook het afval langs de weg is minder dan in Italië. Tot nu toe is Griekenland zwaar maar geweldig mooi fietsen.

Lefkas en Kefalonia
Het eiland Lefkas is sinds een aantal jaren bereikbaar via een tunnel. De tunnel is verboden voor fietsers. Van Rick hebben we al gehoord hoe we toch aan de overkant kunnen komen. We fietsen tot net voor de ingang van de tunnel en zwaaien naar de camera’s die er hangen. Die laten de camera bewegen ten teken dat ze ons gezien hebben. Een paar minuten later komt er al een busje waar de fietsen, compleet met bepakking in kunnen en die ons naar de overkant brengt. De service is helemaal gratis. Goed geregeld! Lefkas is een klein eiland, na 62 km fietsen zijn we van noord naar zuid gefietst. Daarvoor moeten we wel nog een fikse berg over die vooral erg steil is, op sommige plekken zelfs 16 – 17%. Moe maar voldaan komen we aan in Vasiliki. Er is een mooie camping vlak bij het dorp. Het dorpje is erg gezellig met leuke terrassen aan de haven. Eigenlijk zou van hier uit de boot naar Kefalonia vertrekken. Maar ook dit hebben we al van Rick gehoord: daarvoor moeten we nog 20 km verder, naar Nidri. Het is heerlijk weer en we blijven nog een extra dag in Vasiliki.
Dan met de boot naar Kefalonia. We komen aan in Fiskardo. Het dorp is echt een plaatje en we besluiten om hier de nacht door te brengen zodat we kunnen genieten van al het moois wat hier te zien is. Mooi dorp aan de haven met een mooi baaitje om te zwemmen. Azuurblauw water en gezellige terrasjes. Wat wil je nog meer.
De volgende dag gaan we fietsen en weer zijn we verrast hoe mooi het hier is. We stoppen zo ongeveer bij iedere bocht om foto’s en filmpjes te maken. Op het eiland zijn maar 2 campings. We overnachten op de camping in het westen. ’s Middags zonnen we nog even op het strand.

Weer naar het vasteland
Na Kefalonia nemen we nog 1 keer een boot om naar het vasteland te gaan. Dan is het nog precies 1 dag fietsen om in Olympia te komen. Een relatief makkelijke dag dit keer. We fietsen dwars door een landbouwgebied waar vooral veel groente en fruit wordt verbouwd. We zien meloenen, tomaten, courgettes en heel veel olijven. Wel zijn er vandaag veel los lopende honden. Gelukkig hebben we daar wat op gevonden. We hebben in ons stuur een soort van zweepje, gemaakt van de buitenkabel van een remkabel, wat we er heel makkelijk uit kunnen trekken. Daar hoeven we maar een keer mee te zwaaien en de honden druipen af. Werkt erg goed. Omdat ik als de dood ben voor alle honden is dit voor mij echt een uitkomst.
We passeren veel dorpjes en maken niet al te veel hoogtemeters. We zijn dan ook al vroeg op de camping waar we heerlijk van het zwembad genieten. Morgen gaan we de oude stad bezoeken.

Wat is Albanië toch een gaaf land

De natuur is mooi
We hebben het land vanaf het noorden helemaal doorkruist. We zijn nu in zuid Albanië. De levensstandaard blijft erg laag en daarom is het hier waarschijnlijk nog zo ongerept. De natuur is werkelijk schitterend. Heel veel bergen, bossen, rivieren en beekjes. Schitterende bergweggetjes lopen daar overheen. Het asfalt is niet echt heel goed maar dat heeft ook zijn charme. En het is veel beter dan wat we van te voren dachten. Komt misschien dat ook wel dat we ondertussen wat gewend zijn. Zolang er nog meer asfalt is dan gaten, dan vinden we het al snel goed genoeg. In het noorden zien we grote hagedissen en regelmatig een slang. Meer naar het zuiden, vooral in de lagere gebieden, zien we kleine hagedisjes en schildpadden. De olijfbomen zijn ook weer terug, die hebben we ook al een paar weken niet meer gezien.

De mensen zijn aardig
We komen natuurlijk regelmatig Albanezen tegen. Heel vaak toeteren en zwaaien ze, ten teken dat ze het leuk vinden dat we hier fietsen. Motorrijders steken altijd hun hand op, alsof we één van hen zijn. Regelmatig stopt er een auto, om te vragen waar we vandaan komen en waar we die dag naar toe gaan. Mensen willen ons soms ook wat geven. Zitten we te lunchen ergens langs de weg, krijgen we een half pak koekjes. Willen we appels kopen bij een fruitstalletje dan krijgen we dat gratis mee. We kamperen bij een hotel en de eigenaar komt eerst een half brood brengen, omdat een hond een stuk brood van ons gestolen heeft. Later komt hij nog twee appels en twee sinaasappels brengen. Bij een oud vrouwtje waar we water halen krijgen we snoepjes.

De omgeving
Vooral in de bergen hebben de mensen niet veel. Ze wonen in eenvoudige huisjes en hebben een paar schapen en 1 of 2 koeien. Zo zien we ze ook vaak ergens op de berg, met een herder met een aantal schapen, een hond en een paar koeien. Ze zwaaien en roepen altijd heel vriendelijk. We zien honderden honden, een enkeling blaft een beetje. Zelfs ik ben er niet bang van. We zijn wel gewapend met een soort zweep wat we zo uit ons stuur kunnen trekken, om de honden eventueel af te schrikken. De huizen zijn vaak niet afgebouwd. Sommige gebieden zien er ook uit als vergane glorie, ooit mooie huizen waar nu al jaren niets meer aangedaan is en ook niemand meer woont. Overal langs de weg zien we monumentjes voor de personen die op die plek in het verkeer zijn overleden. Vooral op de bergweggetjes zien we ze meerdere malen per dag. Niet te geloven hoeveel personen hier door de jaren heen zijn omgekomen. Vaak zijn het jonge mannen tussen de 20 en 30 jaar.

Het fietsen
We zijn vorig verhaal geëindigd in een hotel beneden aan de berg met een hele zware klim in het vooruitzicht. Via een mannetje van een mannetje zal er de volgende ochtend om 9.00 uur iemand zijn met een grote auto, die ons naar boven kan brengen. En warempel, er komt inderdaad iemand. Blijkt hij een Mercedes te hebben waarvan wij denken: “Dat gaat nooit passen!!”. Maar jawel hoor. Twee fietsen, 12 tassen en ook nog 4 personen passen er allemaal in. De berg is zo steil dat de auto flink moet werken om boven te komen. Er zijn hele stukken bij van 15 tot 20%. We schatten in dat die door ons echt niet te fietsen zijn. Daarom zijn we helemaal blij als hij ons 600 m hoger afzet, op de top van de berg. We staan in de mist in de ‘Middle of Nowhere’. Wat volgt is nog steeds een pittige dag met klimmetjes tot 12%.

Macedonië
Na twee dagen fietsen maken we een klein uitstapje naar Macedonië. Het meer van Ohrid heeft een Albanese en Macedonische kant. Ohrid, waar het meer naar is vernoemd, ligt in Macedonië. Meteen als we de grens over zijn merken we het verschil in levensstandaard. De huizen zijn mooier, de wegen beter, de auto’s nieuwer en de winkels beter ingericht. In Ohrid blijven we een dag extra. Het is een mooi plaatsje aan het meer met nog een oud amfitheater en kerkje, veel nauwe straatjes en een haventje aan het meer. We vinden een aantal geocaches en verkennen het dorpje.
Vincent brengt nog een bezoek aan de tandarts. Hij bijt ’s avonds een stuk van zijn kies af. Via de verhuurder van ons appartement zitten we de volgende ochtend om 9.00 uur al bij de tandarts. De kies wordt keurig gerepareerd. Ziet er allemaal erg professioneel uit. Na het betalen van € 30,- is alles weer geregeld. We fietsen weer verder naar het zuiden. We denken dat het lekker vlak fietsen zal zijn langs het meer maar niets is minder waar. Een paar flinke klimmen met hellingen van 10 – 12% moeten we overwinnen om uiteindelijk weer in Albanië uit te komen.

Op naar Griekenland
De natuur is super mooi en ook de temperatuur kruipt steeds met een graadje omhoog. We willen vandaag naar een camping die we op een aantal kaarten en apps terugvinden. Als we aankomen blijkt het een kamp voor werkers te zijn met allemaal containers waar ze in slapen. Helaas geen camping. We fietsen een paar kilometer terug voor het dichtstbijzijnde dorpje en vinden een wild kampeerplekje in het dorp. We vragen een oud vrouwtje om toestemming. Via Google translate kunnen we een beetje met elkaar communiceren en kan ze duidelijk maken dat kamperen geen probleem is. Ze geeft ons ook water.

En toch nog even terug naar Albanië
Het fietsen gaat ondertussen erg goed. De benen zijn gewend aan het klimmen. Waar ik in Italië nog moeite had met een helling van 7%, daar kan ik nu een helling van 12% fietsen. In Dubrovnik hebben we 5 kg bagage naar huis gestuurd, dat helpt natuurlijk ook. We hebben nog 1 fietsdag in Albanië tegoed. Het blijkt een populair stukje te zijn. We hebben de hele reis nog weinig vakantiefietsers gezien. Eerst zien we een koppel uit Zwitserland en een paar uur later een wat ouder frans echtpaar. Telkens maken we een stop om ervaringen uit te wisselen. De Fransen fietsen op mooie E-bikes om zo Zuidoost Europa verkennen. Later zien we ook nog een Belg die lopend de berg opgaat. Te steil om te fietsen voor hem. We hebben hem succes gewenst, dat deel was nog niet echt steil, hij zal nog wel meer moeten lopen …

De teller staat inmiddels op 1500 gefietste kilometers met 17.000 hoogtemeters. We komen aan in Sarande, een klein plaatsje aan de kust helemaal in het zuiden van Albanië. Vanaf hier vertrekken we met de boot naar Korfoe.

Drie landen tour

 “It is better for you to go back”. Zegt de douane beambte, vlak voor de grens met Montenegro. “It is illegal to pass here”. 

Dubrovnik
Na een nachtje op de ferry komen we in de ochtend aan in Dubrovnik We ontbijten op een bankje bij de haven en mogen dan meteen weer aan de bak. Het blijkt een mooie stad die tegen een steile berghelling is gebouwd. De stad bestaat uit hele steile weggetjes en trappen, heel veel trappen. We bezoeken de oude stad. Daar zijn oude gebouwen en leuke pleintjes te vinden en ook veel trappen. We verblijven twee nachten in een gezellig hostel waar we ook nog een aantal andere fietsers ontmoeten. Leuk om verhalen uit te wisselen.

Op naar Montenegro
Dubrovnik ligt helemaal in het zuiden van Kroatië. Daarom is onze eerste fietsdag in Kroatië ook meteen onze laatste. We passeren vandaag al de grens met Montenegro. Het is heerlijk weer en we volgen een mooi klein bergweggetje, deels langs de kust. Een mooie afdaling brengt ons tot een grenspost in aanbouw waar we in principe niet mogen passeren. Het is vandaag zondag en toch wordt er overal druk gewerkt. De bouwvakkers helpen ons om onze fietsen over de bouwplaats te dragen. Er volgt weer een stuk bergop. We passeren de grenspost van Kroatië, die is niet bemand. Dat voelt al niet goed, zoiets hebben we al eens meegemaakt in Chili. Even verder komen we bij de grenspost van Montenegro. Die is wel bemand. Er is een slagboom en er is een douanebeambte die ons duidelijk maakt dat we echt niet verder kunnen. De grensovergang is gesloten tot 1 juni. Omdat het pas 5 mei is, is het niet echt een optie om te wachten. Een blik op de kaart leert ons dat we 30 km om moeten fietsen met ongeveer 600 hoogtemeters. Daar hebben we helemaal geen zin in. De beambte geeft geen krimp en zegt uiteindelijk “It is better for you to go back”. We begrijpen dat er niets anders op zit. De hele weg weer terug, ook het gedeelte waar we net nog met een vaartje van 65 km/uur naar beneden suisden mogen we nu weer omhoog fietsen. Ook aan deze langs fietsdag komt een einde en we komen terecht op een kleine camping waar een oud mannetje aan de ingang staat. Voor Vincent nog precies op tijd om de bekerfinale tussen Ajax en Willem II te zien. Het resultaat is onder de kenners bekend.

Kotor en veel klimmen
De volgende dag steken we met een pontje een zeearm over. We komen aan de rustige kant van het water terecht en volgen de zeearm tot aan Kotor. Kotor is een mooi havenplaatsje met een oud centrum. Veel toeristen van het cruiseschip wat er ligt. We hebben een klim van 1400 meter voor de boeg. Vele haarspeldbochten verder worden we ingehaald door een Nederlander en later nog door een Australiër. Ook twee Duitsers, met weinig bepakking, zijn ons dan al gepasseerd. We komen steeds hoger, het wordt kouder en op een gegeven moment gaat het regenen. We schuilen op 900 m in een restaurantje. We zitten er best wel doorheen en als we horen van een wielrenner dat het sneeuwt op de top besluiten we om niet verder te fietsen. We mogen de tent achter het restaurant opzetten. Het is een koude nacht met regen en onweer. Gelukkig zijn onze slaapzakken lekker warm. De volgende ochtend klimmen we met een temperatuur van een paar graden oven nul naar de top. Het is ijskoud maar super mooi. Blauwe lucht en geweldige uitzichten. Wat zijn we blij dat we vandaag naar de top gaan. De sneeuw van gisteren ligt nog op de berg. Met zoveel mogelijk kleding aan beginnen we aan de afdaling. Verkleumd komen we beneden. We warmen op bij een bakker waar we een lekker broodje kopen.

Naar Shkodër in Albanië
De weg naar Skhoder is mooi. Een heel rustig weggetje, blauwe lucht en mooie uitzichten. Het is genieten. We komen uit bij een mooie kleine camping waar we worden verwend met koffie, thee, zelfgemaakte limonade en koekjes. ’s Avonds maken we een vuurtje om warm te blijven. We kiezen ervoor om via de kust naar Skhoder te fietsen. Na een aantal kilometers komen we bij een tunnel met een bordje verboden voor fietsers. Hij is 500 m lang. We kijken elkaar aan (“Wij hebben dat bordje niet gezien”) en fietsen snel door de tunnel. Zo, dat hebben we ook weer gehad. Een aantal kilometers en een klim verder volgt er weer een tunnel. Voor deze moet je tol betalen en er staan dus mannetjes. Geen sprake van dat we hier verder mogen. We proberen te liften, wat niet erg wil lukken. Een Belg, die hier woont, zag ons al staan en biedt aan om ons, als wij de tol betalen, door de tunnel te brengen. We zijn superblij. De tol is in totaal 5 euro. De tunnel is lang, steil en gevaarlijk. Was echt niet te fietsen. We zijn blij als we aan de andere kant weer verder kunnen. Afdalen naar Bar, aan de kust, en daarna weer stijgen om via een klein bergweggetje richting Albanië te fietsen. In Skhoder hebben we via Airbnb een appartementje in het centrum weten te bemachtigen voor 2 nachten. Lekker uitrusten, stadje bekijken en een plan maken voor de komende dagen.

Moeilijk of makkelijk?
Op de boot naar Dubrovnik hebben we van Duitsers de tip gekregen om vanaf Skhoder een weg door de bergen te nemen, aan het einde van de weg een ferry van 2,5 uur en  daarna weer een bergweggetje. We twijfelen heel erg. We hebben we zin in die route maar die zal super zwaar zijn en er wordt ook nog regen voorspeld. “We doen het gewoon”, zeggen we tegen elkaar: “we zien wel hoe het zal gaan”. De weg naar de ferry is rustig en prachtig, de boottocht is leuk en ook daarna is het zwaar maar geweldig mooi. Tot nu toe blij dat we deze route hebben gekozen. Vanaf Kukes kunnen we kiezen tussen de ene zware weg of de andere zware weg. Er wordt de komende dagen veel regen voorspeld en kiezen voor de weg waar een aantal hotels zijn. In één van die hotels zijn we nu. De route van vandaag was steil, heel steil. Klimmen tot wel 14%. Het eerste deel van de klim van morgen hebben we al zien liggen. Het lijkt niet te doen, zo steil. Daarom gaan we proberen of we morgen een lift kunnen krijgen de berg over. We zullen zien of het gaat lukken, we zitten in de middle of nowhere en verkeer is er hier weinig.

Van Rome naar Bari - Italië

De start vanaf Rome
“Naar Athene?!?” “In Griekenland?!?” Dat is de reactie van een taxichauffeur. We treffen hem op het vliegveld in Rome. We halen de fietsen uit de doos en zetten ze weer in elkaar. Ongelovig loopt hij naar zijn collega’s om dit aan zijn collega te vertellen. Dan komt hij nog een keer terug omdat zijn collega’s het ook niet geloven. Tja …
Na een paar uur sleutelen zijn we klaar voor vertrek. We komen meteen terecht op de oude via Appia. We stuiteren er over heen. Grote lompe stenen. Een vervallen weg. De enige fietsers die we tegenkomen zijn mtb-ers. Wel erg leuk om te doen. Als we weer op een iets normalere weg zijn beland valt vooral het zeer slechte asfalt op. Soms is het meer gaten dan weg en we slalommen ons daar doorheen. De omgeving is mooi, en vooral nog redelijk vlak. Fijn om er weer een beetje in te komen. Wat opvalt is dat er enorm veel afval langs de weg ligt. Het lijkt soms een complete vuilnisbelt, eigenlijk gewoon niet te geloven dat dit ook Europa is. De campings zijn het eerste stuk nog niet zo dik gezaaid hebben we thuis al bekeken. Onze fietsdag begint rond 15 uur en we fietsen 50 km om bij de eerste camping te komen. De ontvangst is overweldigend. De eigenaar is erg enthousiast dat we op de fiets zijn. We hoeven niet te betalen voor een (overdekte) staanplaats en we krijgen ook ieder nog een paar douchemuntjes. Een mooi begin.

Verder naar het zuiden
We zetten koers richting Napels, pal naar het zuiden. We bereiken de kust en hebben steeds mooie uitzichten op rotsen en strand. Tijdens een pauze zien we een aantal kite surfers aan het werk. Het is leuk om weer onderweg te zijn. We zijn eigenlijk meteen vanaf het eerste moment in het ritme van fietsen en kamperen. We overnachten in Napels en denken de dag daarna zo even de stad door te fietsen. Dat valt tegen, we doen er precies 4 uur over om de stad door te komen. Mooie stad met in het centrum mooie oude gebouwen met bijbehorende lei- of marmersteen of kinderkopjes op straat. Lastig om te fietsen. Door de grijze lucht zien we vulkaan de Vesuvius ten oosten van ons geen moment. We passeren ook nog Pompeii en zien de opgravingen van een afstandje liggen.

De Apenijnnen over
Na de Vesuvius zetten we koers naar het westen. We moeten toch ergens de Apennijnen zien over te steken om uiteindelijk in Bari te komen. Tot nu toe hebben we nog bijna niet geklommen en het valt dan ook niet mee om meteen pittige percentages te klimmen. Klimmetjes tot 7-8% gaan goed, daar boven heb ik, Jeannette, al behoorlijk wat moeite. Ik moet dan ook regelmatig een stuk lopen, wat natuurlijk ook loodzwaar is. Hier bedenk ik voor het eerst dat ik misschien wel een aantal niet perse noodzakelijk spullen bij me heb die ik wel naar huis kan sturen. We maken lange dagen, langer dan we normaal gesproken doen in een eerste week van onze fietsvakantie. Het komt doordat de boot die ons naar Dubrovnik in Kroatië moet brengen maar twee keer per week vaart. De keuze is om 595 km te fietsen in 6 dagen of in 11 dagen. We doen dus ons best om het in 6 dagen te doen. Er zijn twee dagen die eigenlijk toch wel iets te zwaar zijn, ik lig ’s avonds uitgeteld op bed. Na 6 dagen fietsen blijkt dat we het toch allemaal hebben gered, we zijn in Bari.

Op naar Kroatië
We lopen en fietsen wat door de oude stad van Bari, zitten nog lekker in het zonnetje en eten een pizza. Dan gaan we op weg naar de haven waar de boot al op ons ligt te wachten. Nog even een heikel momentje bij de douane. De douanier ziet dat we uit Nederland komen en vertaald dat meteen als Ajax. De ploeg die Juventus heeft verslagen in de Champions leage. Hij gaat naar zijn collega’s en er wordt quasi serieus overlegd of we daarom wel mee mogen. We mogen door! Na een nachtje op de boot komen we aan in Dubrovnik. Daarover later meer.

Groetjes, Jeannette en Vincent

Fietsen van Rome naar Athene

Beste allemaal,

Vanaf 26 april gaan we weer een eindje fietsen.
Fietsen naar Rome hebben we jaren geleden al eens gedaan. Daarom vliegen we nu in 2 uurtje naar Rome. Van daar fietsen we via Napels naar Bari. Daar nemen we een boot naar Dubrovnik in Kroatië. Daar verder naar het zuiden: via Montenegro en Macedonië naar Albanië. In Albanië nemen we waarschijnlijk een ferry naar Corfu. Van daar verder Griekenland in, helemaal in het zuiden ligt dan Athene.

Italië en Kroatië hebben we al eens bezocht, de andere landen allemaal niet. Leuk om weer een aantal nieuwe landen te ontdekken. Het is lastig inschatten wat ons te wachten staat. In ieder geval flink wat heuvels en bergen en hopelijk veel zonnig weer. In de Balkanlanden zijn niet al te veel campings dus dat wordt creatief omgaan met de goedheid van de bewoners of mooie wild kampeerplekjes zoeken.

Bekijk ook het korte filmpje met onze route: https://youtu.be/kcBUuhIit0g

Wij hebben er zin in en we vinden het leuk als je ons weer volgt!

We zijn nu ook te volgen via Polarsteps: https://www.polarsteps.com/JeannetteenVincentVanBoerdonk/1524993-fietsen-van-rome-naar-athene?s=64dbcca6-3cb9-4553-b953-68f6e74e4523 

Het noorden, de Caribische kust

Het noorden, de Caribische kust

De trek naar La Ciudad Perdida heeft zijn tol geëist. We zijn behoorlijk moe als we weer in Santa Marta aankomen. Gelukkig hadden we een voorziene blik van te voren. We hebben een luxe hut geboekt vlak bij nationaal park Tayrona. Eerst nog een nachtje in Santa Marta om onze kleding te laten wassen en inkopen te doen voor de komende paar dagen.

Yuluka hostel en NP Tayrona
Het Yuluka hostel voldoet volledig aan onze verwachtingen. We hebben een supermooi hutje aan het zwembad. We hebben airco en een hele mooie badkamer met een bad, sfeerverlichting en … een warme douche! De sfeer is relaxed. Er hangen overal hangmatten en het restaurant is gezellig en het eten lekker. Heerlijk om zo even bij te komen. Na een dag luieren bezoeken we NP Tayrona. We kunnen ervoor kiezen om in het park in een hangmat te overnachten maar we kiezen er toch voor om terug te gaan naar ons luxe hostel. De wandeling door het park is erg mooi. Vaak mooie doorkijkjes naar de zee. Op een pad waar we niet veel toeristen zien worden we gewaarschuwd dat er kaaimannen in dit gebied zijn. Geen idee wat we moeten doen als we die zien. Uit de buurt blijven lijkt ons wel logisch. Gelukkig komen we er geen tegen. De wandeling gaat wat op en af over grote stenen en trappen en we voelen de vermoeidheid van de trek nog. Het verste punt, Cabo San Juan, is de moeite waard. Een geweldige plek. Toch zijn we blij dat we hier niet overnachten onder een overkapping in een vochtige hangmat. Die avond regent en onweert het hard en lang.

Palomino
Tijd om verder te gaan, met de bus een uurtje naar het westen. Dan zijn we in Palomino. Een klein kustplaatsje met eigenlijk alleen de doorgaande weg. Dwars daarop, richting de zee, een aantal zandwegen met veel kuilen, water en modder. Aan deze wegen liggen veel hostels. Er is hier niets te beleven maar de sfeer is relaxed en goed. Een dagje strand of je in een oude tractorband de rivier af laten zakken zijn de enige activiteiten. En dat maakt het meteen ook erg leuk om hier te zijn. Er hoeft hier helemaal niets.

Minca
Na een paar dagen reizen we weer een stukje terug richting Santa Marta. We zijn in Minca, een klein bergdorpje op 600 m hoogte. Ook dit dorp is niet veel meer dan 2 straten met een paar kleine winkeltjes en restaurantjes. De hostels bevinden zich bijna allemaal ergens in de bergen. Te bereiken via erg slechte wegen en paden waar alleen motortaxi’s kunnen komen. De eerste dag maken we een grote wandeling, naar uitzichtpunt Los Pinos. We kunnen van hier uit Santa Marta zien liggen. Bij goed weer zie je achter je ook de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Helaas zijn de wolken alweer komen opzetten dus die toppen zien we niet. Weer naar beneden lopen we via een klein paadje dwars over een koffieplantage. Ze zijn koffie aan het plukken. Grote zware zakken worden naar een verzamelpunt gebracht waar ze worden gewogen. Sommigen lopen erg hard om zoveel mogelijk te kunnen plukken op een dag. Onze route loopt ook via Cascadas Marinka. Een mooie waterval waar je onder kunt staan met daaronder een poel om te zwemmen. Het ziet er heel verfrissend uit. Helaas zijn we onze zwemkleding vergeten dus een koele duik zit er niet in. We lopen eigenlijk de hele dag door de jungle en zien hier en daar wat bijzondere vogels. Het mooiste is een grote toekan die we zien, helaas niet op beeld vast kunnen leggen.

Cartagena

We hebben al veel mooie verhalen gehoord over Cartagena en ze zijn allemaal waar. Er is een erg mooi en goed bewaard historisch centrum. Nog helemaal ommuurd met de klokketoren als ingang. Daar binnen zijn allemaal mooie kleine straatjes. Ik krijg er geen genoeg van om er foto’s van te maken. Het historische centrum is mooi, sjiek en duur. De aangrenzende wijk Getsemani is wat toegankelijker. Hier zijn ook bijna alle hostels en er is ook weer veel grafitti. Centraal ligt het Plaza Trinidad. Daar wordt overdag gevoetbald en ’s avonds is het leuk om een drankje te drinken. Kun je gewoon voor 60 cent kopen bij het winkeltje op de hoek. Lekker op een bankje of op de trap van de kerk mensen kijken. Er is genoeg te zien, iedereen mag hier zijn danskunsten vertonen. Leuk vermaak. In het park Centenario is het leuk om dieren te kijken. Hier zien we leguanen, luiaards, aapjes en eekhoorns. Boven op de muur, direct aan zee, is café del Mar. De place to be bij zonsondergang. Natuurlijk doen wij daar ook een drankje. Helaas is de zonsondergang vandaag niet heel bijzonder.
Ook de verhalen over de hitte in deze stad kloppen allemaal. Het is 33 graden met bijna 100% luchtvochtigheid. Ook als je niets doet loopt het zweet over je gezicht en rug naar beneden. Daarom zijn we ook erg blij met ons airbnb appartementje met airco.

Colombia
Colombia is ons goed bevallen. Het is een veilig land om te reizen. Om die veiligheid te benadrukken zie je vooral op de toeristische plekken veel militairen. Ze zorgen ervoor dat het op die plekken rustig blijft. Reizen is erg gemakkelijk. Er is altijd wel een bus te vinden die gaat naar de plek waar je heen wilt. Daarvoor is het wel handig om wat Spaans te spreken. Sowieso trouwens wel. Er zijn veel hostels waar men ook uitsluitend Spaans spreekt. Wat ons erg mee is gevallen is dat de mensen eerlijk zijn. (Prijs)afspraken worden altijd na gekomen. Vooral vanuit Bolivia en Peru zijn we dat niet gewend en we gingen er van te voren van uit dat dat hier hetzelfde zou zijn. In die zin zijn we aangenaam verrast.

Het land is best wel schoon, in vergelijking met andere Zuid Amerikaanse landen. Natuurlijk zijn er plekken waar afval wordt gedumpt. Maar in de dorpen en steden wordt alles goed bij gehouden. De mooie felle kleuren van de huizen worden ook bijgewerkt, er is altijd wel iemand aan het schilderen. Warm water is er op de meest plekken niet. Dat is koud douchen maar ook met koud water afwassen. Dat blijft lastig met een vettige pan met rode saus. We hebben geconstateerd dat de NVWA hier nog wel wat werk te doen zou hebben.

Colombia is een groot land (22x Nederland). We hebben dus keuzes moeten maken wat wel en wat niet te doen. We hebben mooie dingen gezien en gedaan en er is ook nog heel veel moois over. Wie weet een reden om ooit nog eens terug te gaan.

Vanavond de laatste avond samen in Colombia. Vincent vliegt morgen weer naar Nederland. Jeannette mag nog een week in Cali aan het werk. Ik plaats zo meteen nog een fotoserie. Een filmpje van La Ciudad Perdida houden jullie nog tegoed.

Groetjes en tot onze volgende reis,
Jeannette en Vincent


La Ciudad Perdida

Trekking naar La Ciudad Perdida

La Ciudad Perdida is Spaans voor de Verloren Stad. Dat is de toeristische naam. De naam van de stad is Teyuna. Het is een archeologische site van een oude bergstad in de Sierra Nevada. De stad ligt ongeveer op 1200 m hoogte en is rond 650 na Christus opgericht door de Tairona indianen. Dat is 650 jaar vroeger dan Machu Picchu in Peru. De stad kan alleen bereikt worden door een trektocht van in totaal 63 km door de jungle te maken en dan 1200 traptreden te beklimmen. Laten we dat laatste nou net gedaan hebben de afgelopen 4 dagen.

Onze groep bestaat uit 6 toeristen, 2 mannen uit Frankrijk, Michel (70 jaar!) en Jean Paul, twee meisjes uit Oostenrijk, Mia en Marina en wijzelf. Daarnaast zijn er nog onze gids Luis, vertaler Jairo en kok Wilson. De tocht duurt in totaal 4 dagen waarvan we de eerste 2 dagen voornamelijk berg op lopen, in de ochtend van de 3e dag bezoeken we La Ciudad Perdida en daarna weer afdalen.

Een jeep brengt ons en al ons eten naar het beginpunt van de route. Eerst over een asfaltweg. Daarna worden we nog een uur flink door elkaar geschut op een bijna onmogelijk te rijden weg met ontzettend veel kuilen en gaten en een aantal rivieroversteken. Bijna een wonder dat we goed aankomen. Vanaf dat punt wordt ons eten verder met paarden vervoerd. Behalve lopen is dat het enige vervoermiddel naar de stad. Het eerste stuk is ook nog wel bereikbaar met motors maar die hebben wel heel erg veel te lijden van het slechte pad vol modder, kuilen en gaten. Het is nu regenseizoen en bijna iedere dag vallen er grote hoeveelheden regen die het pad geen goed doen.

We slapen in bedden met een muskietennet er om heen. Op zich prima geregeld. Het zijn stapelbedden en ze staan mannetje aan mannetje naast elkaar. Privacy is er dus helemaal niet. Ieder bed heeft een deken. We zijn daarom blij dat we onze lakenzakken bij ons hebben, ik denk niet dat de lakens hier iedere dag worden gewassen... In het hoogseizoen moeten er een aantal mensen in een hangmat slapen maar dat hoeft nu gelukkig niet. Wilson is een goede kok, hij maakt de lekkerste gerechten voor ons klaar. In ochtend meestal eieren met toast en vers fruit. De lunch lijkt erg op het diner: vlees, vis of kip met aardappelpuree of rijst en dan nog groente of salade. Het zijn grote borden en we komen helemaal niets tekort. Op de kampen kunnen we gefilterd water krijgen.

Iedereen heeft zo weinig mogelijk spullen bij zich. Dat houd in dat we 4 dagen in hetzelfde shirt en broek lopen en we zweten de hele dag … Gelukkig bestaan de kampen alleen uit een dak op palen en omdat iedereen hetzelfde ruikt valt ook dat allemaal best mee. Er zijn wc’s en ook koude douches. De stroom gaat ’s nachts uit. Als je eruit moet dan is het aardedonker, een lampje is dan wel nodig.

De dag begint om 05.00 uur, dan wordt iedereen gewekt. 05.30 uur ontbijten en om 06.00 uur, het is dan net licht, gaan we op pad. In de ochtend is het vaak nog droog dus het is een goed idee om vroeg te vertrekken. Zo maken we ook optimaal gebruik van het daglicht wat hier maar 12 uur is, ’s avonds om 18.00 uur is het weer donker. De eerste dag hebben we aan het einde van de dag meteen een flinke regenbui te pakken. Net als we aan een steile afdaling moeten beginnen. Het is een afdaling met vooral veel rode modder en weinig houvast aan stenen of iets anders. We glibberen naar beneden en zijn blij als we in het kamp aankomen. De rode modder kleeft aan onze schoenen. De toon is alvast gezet voor de volgende dagen.

We steken een aantal keren per dag een rivier over. Soms kunnen we er bijna overheen stappen. Soms van steen tot steen en ook regelmatig moeten de schoenen uit om droog over te komen. 1 keer, net voor La Ciudad Perdida, steken we een rivier over aan een touw. De rivier is breed en de stroming is sterk. Goed opletten waar je je voet neerzet, daar moet je ook flink kracht voor zetten anders sta je zo een meter verderop. Het touw goed vasthouden is noodzakelijk om heelhuids aan de overkant te komen. Een hele onderneming maar iedereen komt veilig aan de overkant.

Meteen na de oversteek mogen we de 1200 traptreden beklimmen die toegang geven tot de stad. Waarschijnlijk hadden ze in die tijd veel kleinere voeten want de treden zijn vaak zo smal dat je je voet er dwars op moet zetten voor houvast. Boven krijgen we uitleg over alle elementen van de stad. Een erg interessant verhaal. Vooral altijd weer bijzonder om te zien hoe ze in de tijd dit soort bouwwerken al konden maken

Ergens tussen de 15e en 17e eeuw is de stad waarschijnlijk verlaten. In 1973 is de stad herontdekt door de inheemse indianen, die hielden de vondst voor zichzelf. In 1976 kwam de regering ter ore dat de stad was ontdekt. Hij werd afgesloten voor bezoekers en een deel werd bloot gelegd. Men denkt dat hier 2000 tot 8000 mensen hebben gewoond. Toerisme is er sinds begin jaren ’90. In die tijd waren er regelmatig incidenten met toeristen, onder andere kidnapping. Sinds 2005 wordt het gebied en ook de stad zelf bewaakt door militairen. Sindsdien zijn er geen incidenten meer geweest en zijn het gebied en de stad veilig om te bezoeken.

Het gebied rondom de stad wordt bewoond door, naar schatting, 50.000 indianen die leven in hutten en alles wat ze nodig hebben uit de natuur halen. Een enkeling is in Santa Marta naar school geweest. Dat zijn diegenen die later de leiders van de groep worden. Ze spreken hun eigen dialect en maken weinig contact met de buitenwereld. Ze dragen van oorsprong witte kleding, die vooral erg vies is van alle modder in de jungle. We komen deze indianen regelmatig tegen, dan zijn ze meestal best wel nors en zeggen geen goedendag. Foto’s maken willen ze ook vaak liever niet. Tijdens de laatste avond krijgen we uitleg van één van de leiders van zo’n indianendorp. Hij vertelt eerst een algemeen verhaal en later mogen we vragen stellen. Bijzonder om te horen dat er nog mensen zijn die op deze manier leven in de bergen, volkomen afhankelijk van de natuur. Ze hebben een hoofd, de Mamu, die heel veel bepaalt. B.v. wie met wie trouwt en wie later leider van een groep wordt.

De trek is behoorlijk pittig, wel iets meer dan een ‘little walk in the park’. De temperatuur ligt overdag rond de 30 graden en er is een hoge luchtvochtigheid. Dat maakt dat je de hele dag ontzettend veel zweet. De regen die iedere dag valt maakt het pad er ook niet beter op. Veel modderige stukken en regelmatig een pittige klim. We zijn gestart op 140 m en eindigen uiteindelijk in de stad op 1200 m. Er is tot nu toe maar 1 pad naar de stad dus iedereen loopt ook weer via datzelfde pad terug. Op de dag dat wij vertrekken is dat in totaal met 38 toeristen, met de gidsen, vertalers en koks erbij zijn dat in totaal zo’n 50 personen. In het hoogseizoen loopt dat op naar 200 toeristen per dag. Dan wordt het overal wel erg vol; op het pad maar ook in de kampen waar je verblijft. Tel daar ook nog 10 graden extra warmte bij op. Dat lijkt me niet echt comfortabel. Geef dan maar het regenseizoen. Wij hebben goed weer gehad. Het is bij die ene bui op dag 1 gebleven. De andere dagen ging het pas regenen toen we alweer in het kamp waren.

De eerste dag ging iedereen rond 20.00 uur slapen, de laatste dag was dat al om 19.00 uur. Het lopen begint dan zijn tol te eisen. ’s Nachts worden we regelmatig wakker gehouden door de geluiden vanuit de jungle. Er is altijd een rivier dichtbij en ook kikkers zijn meesters is irritante geluiden die veels mensen uit hun slaap houden. Moe maar voldoen komen we op dag 4 al rond de middag aan bij het eindpunt.

We hebben een gezellige groep met een mix aan leeftijden en interesses. Wel allemaal doorzetters. Nooit geklaag of gezeur gehoord, van niemand. Terwijl er toch echt wel wat ongemakken zijn geweest zoals blaren, pijnlijke knieën, eten wat verkeerd valt, zere voeten, vermoeidheid en veel muggenbeten. Ook dat heeft bijgedragen aan deze bijzondere ervaring in het noorden van Colombia. Al met al een vermoeiende maar super mooie tocht die zeker aan te raden is als je hier nog eens in de buurt bent. Doe hem dan wel in het regenseizoen.

We proberen zo snel mogelijk een fotoserie te plaatsen. Vanwege de slechte internet verbinding is dat nu niet mogelijk. Die houden jullie dus nog tegoed.