vincentenjeannette.reismee.nl

We zijn weer thuis, de terugblik

Toch nog een stukje fietsen
In Bariloche ligt nog een mooi rondje wat je kunt fietsen langs de kust van het meer. We kunnen het niet laten om dat toch ook nog een keer te doen. Het is in totaal 65 km en het is de moeite waard. Vele mooie uitzichten over het meer waar kleine eilandjes in liggen. Het is een prachtig zonnige dag wat het extra leuk maakt.
Bariloche is een gezellig toeristisch stadje wat vooral bekend is om de chocolade die er gemaakt wordt. Het hele centrum is dan ook gevuld met chocolade winkels die ook bijna allemaal heerlijk zelf gemaakt ijs verkopen. Tja, lastig om de verleiding te weerstaan. We eten dan ook veel ijsjes en proeven van de chocolade.

Naar Buenos Aires
Ons vliegtuig vertrekt volgende week vanaf Buenos Aires, wat nog 1500 km verderop ligt. We kopen een kaartje voor de bus. Daar mogen we 23 uur in zitten om in Buenos Aires te komen. De fietsen kunnen ook mee, daar kopen we een apart kaartje voor. De rit valt reuze mee. De stoelen zijn heel ruim, vergelijkbaar met businessclass in een vliegtuig. We krijgen maaltijden en drankjes en ’s nachts kunnen we liggen. Rond de middag arriveren we in Buenos Aires.
Het is dan nog 7 km fietsen naar het hostel. Daar zijn we een tijdje mee bezig in deze drukke stad met veel verkeer en vaak stoppen voor een verkeerslicht, dat zijn we niet meer gewend.
Het hostel is leuk en we hebben nog een paar gezellige dagen in Buenos Aires. Prima stad om een paar dagen te verblijven.

Op weg naar huis
Omdat het vliegveld 40 km verderop ligt besluiten we om onze laatste nacht een hotel te boeken dicht bij het vliegveld. Op goede vrijdag fietsen we 35 km naar het verderop gelegen Monte Grande. Van hier uit is het morgen nog maar 15 km naar het vliegveld.
We hebben een afspraak met een fietsenzaak dat we morgenvroeg twee fietsdozen op mogen halen. Helaas lukte dat vandaag allemaal niet, hier is op goede vrijdag echt alles gesloten.
Op zaterdagochtend staan we voor 9 uur al bij de fietsenzaak, die om 9 uur open gaat. Men neemt het hier niet zo nauw met de openingstijden. Om 10 minuten over negen komen de werknemers binnen. Ze hebben de dozen klaar staan. We vouwen alles zo goed mogelijk op en binden het pakket achter op onze fietsen. Zo fietsen we de laatste 15 km naar het vliegveld. Daar aangekomen gaan we de fietsen demonteren zodat ze zo klein mogelijk zijn om te vervoeren. Daarbij hebben we veel bekijks en ook aanspraak. Na 2 uurtjes sleutelen zitten de fietsen veilig in de dozen en is het tijd om in te checken. Alles verloopt prima, geen problemen met de fietsen. Zo was ook al onze ervaring op de heenweg. Via een directe vlucht naar Amsterdam komen we weer aan in Nederland.

Weer thuis
En dan zijn we weer in Keldonk. Thuis is alles prima verlopen en we zijn snel weer gewend. Gezellig om iedereen weer te zien en bij te praten. We zijn nog een paar dagen vrij om te acclimatiseren en alles weer op orde te brengen. Het ‘normale’ leven kan weer beginnen.

De feiten van onze reis

- We hebben in totaal 3402 km gefietst

- Daarvoor hebben we 236 uur op de fiets gezeten

- We hebben in totaal meer dan 36.000 hoogtemeters geklommen

- 0 lekke banden

- 2 kapotte spaken (zelf vervangen)

- 1 schakelset kapot (zelf vervangen)

- 0 remblokjes vervangen

- 2 afgebroken schroefjes (zelf vervangen)

- 1 fietsdag in korte broek (laatste dag vanuit Buenos Aires)

- 4 fietsdagen deel van de dag in korte broek, rest lange broek en ook vaak lange mouwen

- Kwart fles zonnebrandcrème was helaas voldoende

- 0 dagen ziek geweest

- We zijn in totaal 91 dagen weg geweest

- Daarvan hebben we 57 dagen gefietst

- We hebben 41 keer in de tent overnacht

- We hebben 40 keer pasta met rode saus en tonijn of gehakt gegeten (het lot van fietsers en wild kampeerders)

- We hebben 145 fietsers gezien waarvan het merendeel richting het zuiden fietste

- De fietsers komen vaak uit Europa

Terugblik op de reis
Patagonië is geweldig! De natuur is erg apart en soms ook wel overweldigend. Het uiterste zuiden is enorm leeg, soms niet te begrijpen hoe mens en dier hier kan en wil leven. Daardoor is het wel bijzonder dat je daar dan even deel van uitmaakt. Zeker als we nu weer terugkijken op dat eerste deel dan was dat vooral toch wel erg zwaar en soms behoorlijk afzien. Daarom zijn we blij dat we de route van zuid naar noord hebben gefietst, zo fietsten we steeds verder naar de beschaving en luxe toe. Nadeel was wel dat we op het eerste deel, tot aan de Carretera Austral vaker wind tegen hadden.
We hebben erg veel geluk gehad met het weer. Natuurlijk hadden we, zoals verwacht, regelmatig wind tegen in het zuiden maar nooit zo extreem dat we er niet tegenin konden fietsen. We kennen verhalen van fietsers die een aantal dagen hebben moeten wachten omdat het te hard waaide, dat hebben wij niet gehad. In het eerste deel was vaak letterlijk niets, daar hebben we ook redelijk vaak wild gekampeerd. Achteraf zijn dat toch vaak de mooiste herinneringen aan bijzondere plekken waar je dan terecht komt om je tent op te zetten.
De grensovergang vanaf El Chalten naar Villa O’Higgins, om op de Carretera Austral te komen is berucht en vooraf vaak besproken. Alles bij elkaar viel dat erg mee en was het eigenlijk gewoon een leuke dag, afgezien van de regen.
Op de Carretera Austral zou het minder waaien, wat warmer zijn en vooral vaak regenen, omdat het zo groen is. Niets van dat alles. We hebben redelijk wat wind gehad en het was ronduit fris, vaak rond de 10 graden. Van regen hebben we dan weer niet zo veel last gehad. Omdat het koud was zijn we vanaf de helft van de Carretera Austral over gestapt op luxere overnachtingsplaatsen, vaker in een hospedaje, hostel of cababa.
Vooral het zuidelijke deel van de Carretera Austral is een belevenis. Alles is onverhard, er wonen niet veel mensen, de dorpjes zijn klein en primitief en de natuur is geweldig. Omdat het zo vaak regent is het heel erg groen en komen er overal watervallen van de groene bergen. Veel varens en groene planten. Totaal anders dan de kale vlaktes in het zuiden.
Verder naar het noorden is alles wat toegankelijker. De weg is soms, en later vaak, geasfalteerd en daarmee verdwijnt dan ook meteen de charme van de Carretera Austral wat erg jammer is.

Wij zijn een geweldige ervaring rijker. We hebben genoten van deze reis die toch wel de meest avontuurlijke is tot nu toe. Het was soms zwaar en afzien maar achteraf in ieder geval heel erg de moeite waard.

We vonden het leuk dat jullie ons allemaal hebben gevolgd en hebben genoten van de reacties die we steeds kregen op onze verhalen, foto’s en filmpjes.
Bedankt allemaal en tot de volgende reis …



Missie volbracht, we zijn in Bariloche!

Onze missie is volbracht. Met bijna 3000 fietskilometers in de benen komen we op vrijdag 7 april 2017 aan in Bariloche. We hadden vooraf niet kunnen denken dat we echt alles fietsend af zouden leggen. Dat is uiteindelijk wel gelukt.

Het leven na de Carretera Austral
Puerto Montt valt ons erg tegen. Het is een saaie industriestad waar weinig leven in zit. Na een rustdag vertrekken dus ook weer. We gaan richting het noorden waar zeven mooie meren liggen. We hebben geen tijd om ze alle zeven te zien maar een aantal in ieder geval wel. We fietsen 45 km en komen aan in Puerto Varas. Een mooi dorpje aan het eerste meer, LLanquihue. Erg toeristisch maar omdat het na seizoen is, is het helemaal niet druk en vooral erg leuk. We vinden een leuk hostel waar we onze tent in de tuin opzetten. We vinden in het dorp zowaar een echt terras waar we een deel van de middag heerlijk in het zonnetje doorbrengen.
De levensstandaard is in deze omgeving hoger dan op eerdere plekken. De huizen zijn mooier en beter en ze hebben vaak ook een tuin. Het hele dorp heeft verharde wegen en de auto’s zijn ook groter en mooier. Op de Carretera Austral reden er bijna alleen maar pick-ups, die zie je hier een stuk minder. Ook hier blijven we nog een extra dag. We hebben besloten om het in dit deel rustig aan te doen en als het ergens leuk is een extra dag te blijven. Zonder omwegen is het niet ver meer naar Bariloche.
Het meer is erg mooi en we fietsen er dan ook voor 2/3 omheen. Dit gebied staat bekend om de vele vulkanen. We kunnen er vanaf het meer drie zien. De bekendste is de vulkaan Osorno, waar we al fietsend steeds dichterbij komen. Een mooi gezicht met de top nog vol met sneeuw. Hij is regelmatig in de wolken maar op een dag, als we er nog dicht bij zijn, zien we de vulkaan helemaal zonder wolken. Dat is best bijzonder en levert mooie plaatjes op. We overnachten nu vaak in een cabana, een soort vakantie bungalow. De campings zijn vaak gesloten en als ze open zijn dan is er helemaal niemand. Voor een cabana kunnen we behoorlijk afdingen en dan zijn ze redelijk betaalbaar. Het is altijd makkelijk om als fietser te zeggen dat we niet veel geld hebben, dat werkt vaak wel om de prijs naar beneden te krijgen.

Lago Puyehue
Als we het meer al een heel eind rond zijn besluiten we om een dag eerder richting het volgende meer te fietsen, lago Puyehue. Er komt wat regenachtig weer aan en we hebben geen zin om in de regen te fietsen. We vinden in het dorpje Entre Lagos een super leuke cabana. We hebben een eigen tuin, rechtstreeks toegang tot het meer en binnen is het gezellig met een mooie houtkachel. Hier gaan we het wel een paar dagen volhouden. 3 april is Vincent jarig en we willen hier blijven tot na zijn verjaardag, dat is in totaal 3 nachten. We vermaken ons prima met het verkennen van het dorp en lekker relaxen in ons huis. Natuurlijk bakken we ook weer een paar broden. We gaan uit eten en kopen gebak ter ere van de verjaardag van Vincent.

Toch weer fietsen
En dan is het toch weer tijd om te fietsen. De voorspelling is dat het een regenachtige week gaat worden en we proberen alles zo goed mogelijk tussen de buien door te plannen. We gaan nu richting Argentinië. Om daar te komen moeten we een hoge pas over en er zijn onderweg weinig overnachtingsmogelijkheden. Daarom fietsen we de eerste dag maar 45 km. We overnachten in een cabana in het Nationaal Park Puyehue.

Terug naar Argentinië
Vandaag is de dag dat we weer terug gaan naar Argentinië. De totale afstand naar het volgende dorp is 70 km. Dat is op zich niet ver maar er ligt nog wel een hoge pas tussen ons en het dorp. Natuurlijk ligt de landsgrens precies op de top. Na een paar km fietsen komen we al bij de Chileense douane. Na wat formuliertjes en de juiste stempels in ons paspoort zijn we hier verrassend snel doorheen. We kunnen verder naar de top. Het is in totaal een klim met een lengte van 28 km en we stijgen tot 1321 m. Het hoogste punt van onze hele reis. Hoe hoger we komen hoe kouder het wordt. Natuurlijk waait het op de top en we doen al onze regen- en windkleding aan om ons te weren tegen een koude afdaling. En koud is het! Een mooie weg en ruige bergen maar dus ook erg koud. Na ongeveer 20 km komen we aan bij de Argentijnse douane. Ook daar gaat alles redelijk vlot, ondanks de vele stempels die we nodig hebben. Als we aan komen fietsen moeten we stoppen voor een slagboom. Een mannetje noteert op een formuliertje dat we twee fietsen bij ons hebben en zet er een stempel op, we krijgen het mee. Dan naar de douane, we hebben snel een stempel in onze paspoorten. Dan nog wel even in de rij voor nog een stempel op het formuliertje dat we twee fietsen bij ons hebben. We hebben geluk; we krijgen geen bagage controle op verse etenswaren. We hebben niets bij ons wat verboden is maar het kost toch altijd weer tijd. Na een half uurtje zijn we ook hier weer vertrokken. De laatste hobbel is weer een slagboom waar nog een mannetje zit waar we het formuliertje, waar op staat dat we twee fietsen bij ons hebben, weer inleveren. Ach, zo zijn er toch zeker weer 5 mensen aan het werk …
De laatste 25 km zijn nog best zwaar na die lange klim. Als we wat dichter bij ons eindpunt voor vandaag komen, komen we weer op ruta 40 terecht, de doorgaande weg van noord naar zuid in Argentinië. Het is dan ook een stuk drukker. Gelukkig is dat maar 10 km. Vermoeid komen we aan in Villa la Angostura. We nemen onze intrek in de jeugdherberg, vinden we wel bij ons passen ????
Ook hier kijken we naar de weersverwachting. Morgen de hele dag regen, vrijdag misschien wat droger. Dan gaan we dus morgen zeker niet fietsen. Dat blijkt een goede keuze, het regent echt de hele dag pijpenstelen. Er zijn hier drie fietsers die uiteindelijk toch gaan fietsen omdat ze zaterdag hun terugvlucht hebben. Wij zijn blij dat we de hele dag lekker binnen zitten. Hopelijk is het morgen beter …

Naar Bariloche
Als we opstaan is het droog, we gaan dus fietsen. Als we vertrekken is het koud, 3 graden. Een extra jas biedt uitkomst. Na een uurtje komt tegen alle verwachtingen in de zon door. Alles ziet er meteen een stuk beter uit. De route is erg mooi. Eerst een heel stuk langs het meer met mooie uitzichten op de besneeuwde bergen en ski hellingen hier in de buurt. Dan een soort hoogvlakte met een wat kaler landschap maar met veel verschillende kleuren en ook weer bergen op de achtergrond. Het fietsen gaat lekker snel en we zijn op tijd in Bariloche. We komen langs het busstation en kopen meteen een kaartjes voor de bus naar Buenos Aires. Maandag 10 april vertrekken we. We mogen 23 uur in de bus zitten. Daarvoor hebben we dan wel echte slaapstoelen, krijgen we een kussen en dekentje en drie maaltijden. Ook de fietsen kunnen mee. Lijkt allemaal prima geregeld dus.
We zoeken ons vooraf gereserveerde hostel op en dan zit officieel onze fietsreis erop.

Naar het einde van de Carretera Austral

De camping in Puyuhuapi is erg gezellig. Er is een gezamenlijke kookruimte waar we met z’n allen rond de kachel staan om ons eten te bereiden. Het dorp is klein maar heeft wel, zoals elk dorp hier, een mooi plein midden in het dorp. In het dorp lopen weer overal honden. Ze lopen los en doen eigenlijk niets, zelfs ik vind ze meestal niet eng. Ik weet niet of ze van iemand zijn, ze zijn in ieder geval aardig en zien er over het algemeen goed verzorgd uit.
We zijn onderweg naar Chaiten, wat zo’n beetje 200 km verderop ligt. We zien het landschap en ook de ontwikkeling veranderen. Het landschap is veel groener en alles wordt wat luxer. De huizen zijn mooier en beter onderhouden en hier zien we ook overal stroomvoorziening. In het begin van de Carretera Austral was dat nog helemaal niet. Daar had iedere woning zijn eigen generator of soms een hele grote generator voor een heel dorp. Dat is hier allemaal anders. We fietsen ook veel vaker over een asfaltweg. Dat fietst op zich wel fijn en ons gemiddelde gaat erg omhoog. Toch is het veel minder leuk. Zodra ripio over gaat in asfalt denk je een kilometer of zo hoe fijn dit fietst. Niet opletten voor losse stenen en kuilen en ook niet meer door elkaar worden geschud. Toch is het ook meteen een stuk saaier, nu fietsen we over een ‘gewone’ weg die overal zou kunnen liggen, geen ‘Carretera Austral gevoel’ meer. We vinden twee mooie semi wildkampeerplekken. De eerste ligt bij een oud kerkje waar een kraan is, een toilet en een paar picknicktafels. Een erg mooie en rustige plek. Er is voldoende hout aanwezig dus ’s avonds kunnen we een lekker warm vuurtje maken. De volgende dag willen we naar Chaiten fietsen. Op 25 km voor het dorp komen we bij de ingang van nationaal park Pumalin. In het park zijn een aantal campings, het is mooi weer en we hebben de tijd dus besluiten we om naar een camping in het park te gaan. We hebben uitzicht op een gletsjer en zitten op een rustige plek midden tussen de bergen. De volgende dag is het nog maar een stukje naar Chaiten, een mooie asfaltweg de heel geleidelijk daalt naar zee niveau. We zijn voor de middag nog in Chaiten en vinden een gezellig hostel waar we onze intrek nemen. We willen hier een extra dag blijven o.a. om een wandeling te maken naar het uitzichtpunt op de krater van de vulkaan. 10 km verderop ligt een vulkaan waar met tot 2008 het bestaan niet van wist. In mei van dat jaar kwam het tot een uitbarsting en alles tot 50 km in de omgeving werd geëvacueerd. Chaiten is weer opgebouwd en bewoond, de vulkaan kun je zien vanuit het dorp. Overdag komt er witte rook uit, tegen de avond zwarte.

Chiloe
Vanuit Chaiten gaat er een boot naar het verderop gelegen eiland Chiloe. Dat is het vijfde grootste eiland van Chili en schijnt erg mooi te zijn. Het regent er heel vaak, daarom staat het niet echt in onze planning. Het weer lijkt nu echter stabiel, zonnig, 17 graden en geen regen. We informeren naar de mogelijkheden. De boot naar Chiloe gaat twee keer per week en hij vertrekt toevallig morgen. We besluiten om tickets te kopen en via Chiloe naar Puerto Montt te fietsen. Een meer culturele route die ook zeker erg groen zal zijn. Hij is wel ruim 100 km langer. De overtocht duurt ruim 4 uur.

We komen in de middag aan in Quellon en gaan naar de camping, net buiten het dorp. Vanaf hier hebben we een schitterend uitzicht op Quellon, zowel overdag als ook ’s avonds, met alle lichtjes aan. We vertrekken de volgende ochtend richting Castro. Geen idee wat het eiland ons zal brengen qua weg en hoogtemeters. We zien dus wel waar we vandaag uitkomen. De weg is geasfalteerd. Daarom pompen we ’s morgens eerst onze banden weer op, die stonden nog op de ripio stand. Voor onverharde weg moeten we banden behoorlijk zacht zijn om goed over alle rollende stenen en kuilen heen te komen. Voor asfalt moeten ze juist weer zo hard (5 bar!) mogelijk zijn om goed te rollen. Het fietsen gaan prima ondanks dat we veel hoogtemeters moeten maken. Het gaat steeds van een meter of 20 naar 180 m en weer terug. Toch fietsen we behoorlijk snel en we besluiten in de middag om door te fietsen naar Castro, zo’n beetje het belangrijkste dorp van het eiland. We vinden er een leuk hostel. Het weer is nog steeds goed, rond de 20 graden en Castro blijkt een leuk, gezellig en relaxed dorp te zijn. We besluiten om nog een extra dag te blijven. Ik bak echte Chileense empenadas, twee volkorenbroden en we maken zelf pizza. Een soort van culinaire tussenstop dus eigenlijk.

Alles gaat anders
We maken een route voor de gps die vooral langs de kust van het eiland loopt, wel voor een groot deel weer ripio maar het lijkt ons wel mooi om te doen. De eerste 20 km gaan snel. We komen in een leuk toeristisch dorp waar we koffie en thee zetten. Dan gaan we over op ripio. Het is meteen zwaar. Het begint met een paar klimmetjes van 12%, dat kunnen we tegenwoordig wel fietsen. Dan een klim van 19%. Vincent kan op de fiets blijven maar ik moet lopen. De fiets naar boven duwen is bijna niet te doen. Even verderop weer een hele steile klim waar we allebei moeten afstappen. Fiets naar boven duwen lukt ook niet doordat er veel losse stenen liggen. Als we de route op de gps goed bekijken zien we dat dit nog een lange klim is, dan volgt er een afdaling en dan weer zo’n klim. Geen idee hoe we dat moeten gaan doen. We besluiten om terug te gaan naar het dorp en via een andere route te fietsen. Rond lunchtijd zijn we weer in het dorp. We lunchen op een bankje in het park, vlakbij een mooie houten kerk. Op het eiland zijn ooit 160 kerken geweest. Er zijn er nu nog 60 over en 16 daarvan zijn beschermd door Unesco. Ook zijn er een aantal handwerkwinkels in de buurt met vooral houtsnijwerk, sieraden en kleding.
Omdat vandaag toch helemaal anders loopt dan gepland besluiten we om de camping op te zoeken en de rest van de dag hier te blijven. Lekker genieten van het zonnetje. De volgende ochtend fietsen we weer verder, ook weer in de zon. Ook nu weten we nog niet wat we gaan doen. Uiteindelijk besluiten we om vandaag extra veel kilometers te maken en helemaal naar het noorden van het eiland te fietsen naar Chacao, vlak bij de ferry. Dan hoeven we morgen, na de oversteek naar het vasteland, nog maar 61 km naar Puerto Montt. In het dorp vinden we in eerste instantie een kamer bij een aardige oude vrouw. Ik heb de kamer bekeken, die ziet er prima uit en ik heb al gezegd dat we hem nemen. Als we onze spullen van de fiets halen zegt ze dat ze ook nog een cabana heeft voor maar 25.000 pesos, wat niet echt veel is. We gaan kijken en krijgen een ruim huis voor 4 personen te zien met alles erop en eraan. Als we eenmaal een beetje zijn gesetteld vinden we het wel een heel relaxed huis. Zo leuk dat we ook hier weer besluiten om een dag te blijven. Zo loopt ook dit weer helemaal anders dan gepland.

Het laatste stukje naar Puerto Montt
Op onze vrije dag in de cabana doen we de was, bakken we empenadas en nog een keer twee broden. Onze dag is goed besteed. Sinds we in Patagonië zijn, zijn de dagen een stuk korter geworden. Toen we aankwamen was het rond 4.00 uur in de ochtend licht en werd het rond 22.30 uur donker. Nu is het pas tegen 8.00 uur licht en is het ook om 20.00 uur weer donker. Echt vroeg opstaan en op tijd vertrekken is er dus niet echt bij. We staan vandaag wel op in het donker omdat we op tijd bij de ferry willen zijn die ons weer naar het vasteland gaat brengen. Het gaat allemaal voorspoedig en we zijn al rond 8.30 uur aan de overkant. Nog iets meer dan 60 km naar Puerto Montt. Helaas wel over een saaie snelweg. Na 50 km vinden we een afslag via een weg die meer langs de kust loopt. Dat blijkt een goede beslissing. We fietsen eerst langs de industriehaven en later langs de meer toeristische haven. We zien ook nog een leuke markt die we later willen bezoeken. In Puerto Montt aangekomen gaan we op zoek naar het begin van de Carretera Austral. We verwachten een bord of zo waar het begin van deze gedenkwaardige weg staat aangegeven. Niets van dat alles. Het enige wat we vinden is een bordje na de eerste honderd meter. Dan daar maar een foto van maken, hebben we in ieder geval toch een herinnering.
We zoeken een hostel om een paar dagen te blijven. We willen de stad een beetje verkennen, de
website bijwerken met dit verhaal, foto’s en filmpjes en plannen maken voor het vervolg.

Merenroute
Ten noorden van Puerto Montt liggen een aantal vulkanen met mooie meren. Daar gaan we naar toe fietsen. Via een toeristische merenroute komen we dan na nog zo’n 350 km aan in Bariloche. Dat zal het eindpunt zijn van onze fietsreis. Van daaruit nemen we een bus naar Buenos Aires en dan het vliegtuig naar Amsterdam.

Van Rio Tranquilo naar Puyupuhapi

We hebben nog een gezellige avond op de camping met een Nederlands stel wat op de motor een jaar door Zuid Amerika reist. Leuk om ervaringen uit te wisselen. We vinden elkaars manier van reizen erg interessant. De volgende ochtend is het dan toch weer echt tijd om te vertrekken. 120 km verderop ligt Villa Cerro Castillo. Het weer is niet al te best, het waait en regent en het is koud. We zijn er allebei een beetje klaar mee. Niet met het fietsen en ook niet met de omgeving, die is werkelijk prachtig. Wel met het weer. Het is koud, nat en het waait hard. We fietsen nu al vier dagen langs het noordelijke gletsjerplateau en het schijnt geweldig mooi te zijn. Helaas hebben wij daar bijna niets van mogen meemaken. Te mistig, te regenachtig en te veel wolken. De route is vandaag prima te doen en aan het einde van de dag vinden we een mooi verlaten huisje waar een kamer is die nog helemaal intact is met raam en deur. We kunnen er prima in slapen en hoeven de tent niet op te zetten. Het is een mooie plek aan de rivier. Nog 1 dag te gaan naar Villa Cerro Castillo. Het weer is vandaag wat beter, deels blauwe lucht en dus uitzicht. Wat is het hier prachtig, dat blijven we de hele dag tegen elkaar zeggen. De laatste 30 km vallen nog behoorlijk tegen omdat de weg vol ligt met losse stenen. Vooral bergop is dat heel lastig, het stuur wil steeds niet precies wat ik wil. In Cerro Castillo aangekomen zoeken we een camping op. Later blijkt dat het personeel niet erg vriendelijk is en dat de meeste dingen niet goed functioneren op de camping, zoals een kraan en een douche en dat er muziek en pratende mensen zijn tot 4 uur ‘s nachts. Reden om voor onze rustdag iets anders te zoeken. We vinden een leuke hospedaje bij een oude dame en maken gebruik van de luxe door een groot deel van de kleding te wassen. Soms is twee keer wassen geen overbodige luxe.

Naar Coyhaique 

Het heeft vannacht gevroren. Een erg koude start dus vandaag. Wel een strak blauwe lucht en we mogen meteen beginnen aan een klim van 800 m die ons naar een top van 1120 m voert. Boven op de top, na ongeveer 40 km is een Conaf camping (Conaf is te vergelijken met Staatsbosbeheer). De klim is heerlijk over asfalt en helemaal niet te steil. We zijn ondertussen ook wel wat gewend natuurlijk. We vinden de camping op een schitterende plek in het bos. De plekken hebben allemaal een eigen hutje, picknickbank en kraan. Voor een warme douche moeten we eerst de ketel met water zelf opstoken met een houtvuurtje. Uurtje wachten en we hebben een heerlijk warme douche. We zitten lekker in het zonnetje en lezen wat. Als de zon achter de berg verdwijnt wordt het snel koud. Eten koken en op tijd de tent in. Het is fijn dat we goede spullen bij ons hebben. Fijne tent die stabiel staat, goede matjes die ook isoleren en een warme slaapzak. De volgende dag is het nog maar 65 km naar Coyhaique en ook nog merendeels bergaf. Een groot deel fietsen we door een landbouwgebied. We zien hier zelfs gras in balen. De landbouw bestaat hier  alleen maar uit grasland wat wordt gebruikt voor de vleeskoeien. Melkveebedrijven zie je hier eigenlijk niet. We komen al rond 12 uur aan in de stad en gaan naar een hostel met camping. Valt erg tegen dus zoeken we wat anders. De prijzen van de hostals zijn hier hoog. Dan toch maar naar de camping buiten de stad. Was op zich wel leuk maar er was verder niemand en toch wel een paar km buiten de stad. We fietsen weer terug richting centrum en vinden uiteindelijk een leuk en betaalbaar hostal. Coyhaique is de grootste stad aan de Carretera Austral en heeft 45.000 inwoners. Er is een grote supermarkt waar we onze voedselvoorraad weer helemaal aanvullen. Ook de toilettas van Vincent, die hij in Rio Tranquilo is kwijt geraakt, is weer redelijk gevuld.

Hoe nu verder?? 

Omdat het steeds erg koud blijft en de vooruitzichten ook zo blijven bedenken we of we vanaf hier nog wel door willen fietsen. Een beetje warmte zou welkom zijn. Tot nu toe hebben we nog maar 2 of 3 dagen in korte broek kunnen fietsen en als we kamperen moeten we steeds vroeg de tent in omdat het te koud is om buiten te zitten. Dat zijn we ondertussen wel een beetje beu. We blijven een dag in Coyhaique om uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn. We kunnen 70 km verder fietsen naar Puerto Aysen en van daar uit een boot nemen naar Puerto Montt, het einde van de Carretera Austral. Wat blijkt; de eerste vrije mogelijkheid is over precies 14 dagen. Daar gaan we natuurlijk niet op wachten. Dan kunnen we ook nog met de bus maar het is erg onzeker of de fietsen dan wel mee kunnen. Ook lastig dus. We besluiten om maar gewoon door te fietsen en dan wat luxer te overnachten in een hospedaje of hostal. Het volgende deel van de route heeft in ieder geval wel die mogelijkheid. Als het dan overdag erg koud is dan weten we in ieder geval dat we ’s avonds lekker warm binnen kunnen zitten. Zo gezegd zo gedaan.  Als we uit Coyhaique vertrekken is het koud. We fietsen met twee jassen en dikke handschoenen aan. Als we koffie zitten te drinken twijfelen we of we er wel goed aan hebben gedaan om door te fietsen. Omdat we nu eigenlijk niet meer anders kunnen fietsen we maar gewoon door. De route loopt na een klim van 200 meter behoorlijk vlak door een dal met links en rechts hoge bergen. Er komen veel riviertjes en watervallen van de bergen naar beneden. In het dal is wat landbouw en we zien vandaag behoorlijk wat bewoning. Je kunt merken dat we dichter bij de stad zijn. De weg is nog steeds verhard. Dat brengt het gemiddelde behoorlijk omhoog. Op ripio fietsen we vaak 10 – 12 km/uur, hier wel 17. In Villa Manihuales vinden we een leuke hospedaje. We mogen vanavond de keuken gebruiken maar besluiten in het bijbehorende restaurant te eten.  Het volgende dorp ligt op 59 km van hier. Voor vanmiddag en vanavond is er veel regen voorspeld dus besluiten we om niet verder dan die 59 km te gaan. Het is een beetje een kwakkeldag met af en toe wat spatjes regen maar soms ook wat helderder weer. We zoeken weer een hospedaje op. Daar hebben we heel erg goed aan gedaan. Het regent de hele verdere dag en nacht. Als we wakker worden is het net droog.

Nationaal park Queulat 

Omdat het volgens het weerbericht vandaag droog zal blijven gaan we toch maar fietsen. Het is fris maar redelijk droog. Af en toe even de regenjas aan maar dat valt allemaal wel mee. Rondom ons is er op de toppen van de bergen overal verse sneeuw gevallen. De route is echt prachtig. Door de vele regen van gisteren komt er iedere paar honderd meter wel een stroompje, rivier, waterval of zoiets de berg af. Soms zijn het echte kolkende rivieren, indrukwekkend om te zien. Na 33 km is het over met de pret van het asfalt. Weer ripio vanaf hier en we mogen meteen klimmen. We gaan er van uit dat we 1.000 m moeten klimmen maar tot onze verbazing komen we niet verder dan 400 m. Wat een kadootje! We fietsen ondertussen in Nationaal Park Queulat. Vooral de afdaling is geweldig. Het regent hier 4000 mm per jaar dus alles is heel erg groen. Bemoste bomen, veel varens en Gunnera’s en vooral veel watervallen en mooie riviertjes. We fietsen regelmatig heel langzaam en zeggen tegen elkaar hoe mooi het hier is. We komen uit bij een camping en refugio’s midden in het bos, gebouwd op een steile helling. We moeten onze spullen een heel eind via trappen door het bos omhoog dragen. Er is een mooie keuken op de helling gebouwd en iets hoger liggen een aantal tentplaatsjes en drie hutjes. We nemen één van de hutjes en zitten ’s avonds lekker bij de kachel. Samen met een Argentijns stel; allebei journalist en ze verdienen de kost door te schrijven over hun fietsreis. Ideale manier van reizen lijkt me.  Als we wakker worden regent het en na wat twijfelen besluiten we, net zoals het Argentijnse stel, om hier een dag te blijven. We hebben een lekker luie dag binnen en lezen veel. Helemaal goed dat we hier zijn gebleven. Het is nog maar 24 km naar Puyuhuapi. Het is lekker weer en de zon schijnt. Na een kilometer of 10 bereiken we het fjord waar Puyuhuapi aan ligt. We kijken uit naar dolfijnen maar zien ze helaas niet. Met zon en een heerlijke temperatuur komen we aan in het dorp. We lunchen in het parkje en zien een aantal andere fietsers. We praten nog wat met een frans stel op ligfietsen die voor onbepaalde tijd onderweg is. Na de lunch zoeken we de camping op die ons is aanbevolen. De tent staat onder een soort afdak, ideaal tegen regen en wind, alhoewel dat vandaag niet echt nodig is.

De wifi verbinding is hier slecht. De foto’s en filmpje bij dit verhaal houden jullie nog van ons tegoed.


Wat een verschrikkelijk geweldige weg!

De Carretera Austral, wat een verschrikkelijk geweldige weg, of een geweldig verschrikkelijke weg? We hebben nu 350 km van de in totaal 1240 km gefietst en tot nu toe is het geweldig, zwaar, mooi, steil, stoffig, mooie uitzichten …
Alle verhalen zijn waar. Het fietsen is erg zwaar, hier is echt helemaal niets vlak. Klimmetjes van boven de 10% zijn meer regel dan uitzondering. Tot 15% kan ik zelfs blijven fietsen, dat heb ik nog nooit gekund. Het lijkt wel of ik nu opeens weet hoe ik moet klimmen, na al die jaren … Daardoor is het fietsen wel zwaar maar toch prima te doen. We kunnen vaak maar tussen de 50 en 70 km per dag fietsen. Vooral omdat het tempo erg laag ligt, soms maar rond de 10 km/uur. Dat komt door de vele steile klimmetjes maar ook door de vaak slechte ripio en de wind. Soms een combinatie van dit alles. De omgeving maakt alles goed. We fietsen door een gebied wat wordt gedomineerd door gletsjers, daardoor komt er op veel plaatsen een rivier of waterval van de berg. Het water is allemaal drinkbaar dus hoeven we niet meer met al die liters water te fietsen, dat scheelt gelukkig. Omdat het hier ook veel meer regent, zo’n 2000 mm per jaar, is het veel groener. Er zijn veel meer bomen en struiken maar ook een verscheidenheid aan planten. Veel Gunnera’s en fuchsia’s langs de weg. Ook zien we veel varens, van groot tot klein. Bedenk daar hoge bergen bij met vaak sneeuw op de top en rivieren en meren die zo blauw zijn dat het bijna niet echt lijkt. Het was even wennen maar we genieten er echt van.

Start in Villa O’Higgins
We starten in Villa O’Higgins en zijn van plan om tot Rio Bravo te fietsen. Daar moeten we met een ferry een meer oversteken en het is 104 km fietsen. Dat hebben we geweten! De steile klimmen begonnen meteen, 11 en 12% en af en toe nog wat steiler. Het weer is goed dus we zetten door. De omgeving is al meteen prachtig met bergen en steile kloven met onderin ergens een kolkende rivier. Als we een extra broodje eten om onze energie wat aan te vullen, zoemt een collibrie net achter onze rug. Bijzonder om te zien. Het vogeltje hangt stil in de lucht en vliegt weer weg. Na 10 uur onderweg te zijn geweest komen we bij de ferry. De laatste vertrekt over een half uur en we besluiten om alvast naar de overkant te gaan. Morgen komt de eerste boot pas om 11 uur en dan zouden we pas om 12 uur op de fiets zitten, dat vinden we jammer. We kunnen overnachten in het wachthuisje voor de boot, samen met een stel uit Schotland.

Tortel
Vandaag hebben we meteen een klim van 400 m. Na 22 km komen we op een kruising waar we richting Tortel kunnen fietsen. 22 km naar een dorp wat geen wegen heeft maar alleen houten steigers, vlonders en looppaden. Diezelfde 22 km moeten we dan ook weer terug fietsen. We zullen op de kruising besluiten wat we gaan doen. De klim is heftig maar ook hier maakt de omgeving alles goed. Links van ons de rivier en rechts komen steeds de watervallen naar beneden. Na 3,5 uur fietsen hebben we er de eerste 20 km op zitten. We besluiten te gaan liften naar Tortel. Eerst wel een veilige plek voor de fietsen zoeken. We fietsen een paar km en zien een plek waar we goed het bos in kunnen. Daar zetten we de fietsen, niet zichtbaar vanaf de weg. Er komen niet veel auto’s maar we hebben binnen 1 minuut een lift. Ik heb een prettig gesprek met de man die bij een telefoonmaatschappij werkt, in Santiago woont en hier voor zijn werk is. Goede oefening voor mijn Spaans. Tortel is gebouwd op stijgers. Echt apart om te zien. Een dorp op een redelijk steile helling met inderdaad geen enkele weg. Mooie steigers en looppaden verbinden alles. Een looppad loopt helemaal aan de zeezijde. Zo krijg je een goed beeld van het dorp. Veel kleine restaurantjes, zo ongeveer huiskamers met maar een paar tafeltjes. Vanuit een ander huis verkopen ze weer brood of kun je koffie drinken. We brengen er een paar uur door en liften weer terug naar onze fietsen. Door de gps weten we precies waar ze staan. We fietsen een stukje terug en slaan bij een bushokje een pad in richting de rivier. Aan het einde van het pad staat links een klein huisje en rechts is aan de rivier een mooi beschut plekje met gras. We vragen of we er een nacht mogen blijven en dat is geen probleem. Helaas wel muggen met al dat water maar de Deet helpt prima.

Naar Cochrane
Het is nog 120 km naar Cochrane. We weten inmiddels dat dit niet in 1 dag te fietsen is op deze weg. Er is niets onderweg dus zullen we weer wild kamperen. We gaan fietsen en zien wel waar we uitkomen. We komen hier veel fietsers tegen en soms maken we een praatje, zo ook nu met een Duits meisje die aan haar allerlaatste fietsdag bezig is. Via de gps en een Duits boekje over de Carretera Austral weten we precies waar de klimmen zitten en hoe hoog die zijn. Dat is prettig, we weten nu waar we aan toe zijn. Aan het einde van de middag zit nog een flinke klim en ik bedenk steeds hoe zwaar die zal zijn na al die klimmetjes die we al gehad hebben. Dat blijkt dit keer mee te vallen. Het is minder steil dan voorheen en we zijn redelijk snel boven. Tijd om een kampeerplekje te zoeken. Eerst water tanken bij een riviertje. We vinden een mooie plek aan de bosrand met uitzicht op een mooi meer. De volgende dag is het nog maar 30 km naar Cochrane. Altijd gevaarlijk om zo te denken. De ripio is ontzettend slecht en we komen maar langzaam vooruit. We horen van een aantal andere fietsers dat er vandaag een eclips rondom de zon te zien is. We zien het zelf niet maar merken het wel doordat de zon wel schijnt maar het niet echt warm wil worden. Dat komt later weer goed. Net voor de middag komen we dan uiteindelijk toch in Cochrane aan. De laatste paar kilometer is zowaar wat vlakker. We vinden een leuke kleine camping midden in het dorp en genieten vooral van het mooie weer. We zitten de hele middag lekker in het zonnetje en besluiten om hier morgen ook nog te blijven.

Via puerto Bertrand naar Rio Tranquilo
Het regent als we wakker worden en we besluiten om even af te wachten wat het weer doet. We hebben geen zin om in de regen te fietsen. Als we zitten te ontbijten wordt het droog en we besluiten om te vertrekken. Er staat 50 km naar Puerto Bertrand op het programma. Ook hier weer veel hele steile klimmetjes, zelfs één van 18%. Vincent heeft die gefietst, ik moest helaas afstappen. Fiets naar boven duwen is ook bijna niet te doen. Inclusief bagage weegt die zo’n 50 kg dus ook dat is zwoegen om hem boven te krijgen. Ook hier weer een prachtig landschap met bergen, rivieren en watervallen. We fietsen gelijk op met de Rio Baker, een rivier die een helder blauwe kleur heeft. Rond 11 uur begint het te regenen. We doen alle regenkleding aan en dat is maar goed ook. Het wordt erg donker en gaat harder regenen. Opeens ook een paar bliksemschichten en donderklappen. Onderweg hebben we geen bushokjes of schuurtjes gezien waar we kunnen schuilen en tegelijkertijd lunchen. We hebben weer geluk, in de middle of nowhere is er een klein museum met een veranda waar we droog en uit de wind kunnen zitten. Na de lunch gaat het harder waaien, we waaien soms letterlijk van de fiets af. We stoppen een tijdje omdat fietsen niet te doen is en zetten ons en de fiets schrap tegen de wind. Als die iets gaat liggen fietsen we weer verder, tegen de wind in. We zien een Spanjaard die opmerkt dat dit niet een al te beste dag is om te fietsen. Dat is een understatement. Het waait en regent de hele middag. Na 8 uur bereiken we eindelijk Puerto Bertrand en we besluiten om een hostal te nemen. Blijkt een goede keuze het regent nog bijna de hele avond en nacht. De man des huizes beloofd mooi weer voor morgen.
Als we wakker worden regent en waait het nog steeds. Eerst maar ontbijten en dan zien we wel. Het ontbijt is super goed met eigen gebakken broodjes, kaas, paté, worst, boter, jam en guacamole. Het is droog en we gaan fietsen, richting Puerto Rio Tranquilo. We hebben de hele dag uitzicht over de helblauwe rivieren en meren, een prachtig gezicht. Het regent nog af en toe een beetje maar het weer wordt gedurende de dag wel iets beter. Het is toch weer laat als we op de camping aankomen. We blijven een dag en brengen een bezoek aan de hier bekende marmergrotten. Grotten die uit puur marmer bestaan en die je vanaf een boot op het meer bekijkt. De staanders die in het meer opkomen doen aan en kathedraal denken. Erg apart en mooi gezicht om te zien.

Van El Calafate naar Villa O'Higgins

Van El Calafate naar Villa O’Higgins

El Calafate is een erg mooi en toeristisch dorp. Ook wel een keer leuk. Allerlei leuke winkeltjes, cafés en restaurantjes en… voor het eerst ook terrasjes. We maken er meteen gebruik van en zitten lekker in het zonnetje. We maken een uitstapje met de bus naar de Perito Moreno gletsjer. De gletsjer is 5 km breed en is tot 75 m hoog. We horen het gekraak van de gletsjer. Soms horen we geroffel. Er breekt dan een stuk van de ijsmassa en dondert met geweld in het water. We zijn echter altijd te laat voor een foto of een filmpje. Erg indrukwekkend om te zien. Er zijn allerlei paden en terrassen op palen aangelegd om de gletsjer van allerlei mogelijke kanten te bekijken. We zijn er in totaal 5 uur en we vervelen ons geen minuut.

Naar El Chalten De volgende dag is het weer tijd om op de fiets te stappen. Het is 220 km naar El Chalten en het zou mooi zijn als we dat in 2 dagen halen, als het er 3 worden is dat ook niet erg. Je bent hier altijd afhankelijk van de wind. Als we El Calafate nog maar net uit zijn begint het te regenen. We doen alle regenkleding aan en we weten nu dat die de komende twee dagen niet meer uit gaat. De lucht is donker en grijs. Het blijft maar regenen maar gelukkig waait het dan bijna niet. We worden bij een politiecontrole gemaand te stoppen. We krijgen veiligheidsvestjes van ze, erg handig want er is weinig zicht met dit weer. De omgeving blijft uitgestrekte pampa. Het blijft bijzonder en onherkenbaar in onze wereld. De bergen in de verte zijn verscholen achter de wolken. De wind trekt toch weer aan. We hebben geluk dat we net rond lunchtijd bij een schapenstal aankomen. Hier gaan we lekker binnen zitten. Droog en uit de wind. Even later komen er ook vier fietsers vanuit het noorden, 2 Fransen en 2 Amerikanen die hier ook komen lunchen. Uiteraard worden er weer de nodige verhalen en tips uit gewisseld. Ze hebben overnacht bij het roze huis, wat nog 50 km verderop ligt. Is misschien ook een goede optie voor ons. We gaan weer verder door de regen, de wind gaat weer liggen en inderdaad na 96 km op de teller is daar “Het Roze Huis”. Het is een verlaten stenen geraamte, waar geen ramen en deuren meer inzitten. Het heeft wel een goed dak en de vloeren zijn ook intact. Perfect voor een regenachtige dag. Er zijn ook prachtige kampeerplekken aan de rivier bij het huis maar daar kiezen we vanwege de regen toch maar niet voor. We zetten de tent op in een kamer en gaan in de woonkamer zitten. We krijgen gezelschap van Sebastian uit Duitsland. We slapen heerlijk rustig. Het regent wel de hele nacht en ook de volgende ochtend kan de regenkleding weer aan. Nog 120 km te gaan naar El Chalten. Omdat de weg volgens Sebastian redelijk vlak is gaan we dat proberen in 1 dag te halen. De wind valt mee, in de middag wel wat tegen maar het is prima te doen. Af en toe, zo ook vandaag, komt er een auto voorbij die even verderop stopt om foto’s van ons te maken. We krijgen onderweg vaak goede reacties van de mensen, duim omhoog van een motorrijder of vanuit de auto of even de claxon. Ook vrachtwagenchauffeurs reageren vaak goed en geven ons de ruimte. We fietsen min of meer gelijk op met een Australisch stel die ook richting Noord gaan. Op de gps zien we dat er dichtbij hoge bergen liggen maar helaas zien we ze, door de lage wolken, niet. In El Chalten gaan we naar camping El Relincho. Die heeft een mooie keuken en zitgelegenheid binnen. We blijven hier uiteindelijk twee dagen. De eerste dag doen we boodschappen en brengen alle spullen weer op orde. De tweede dag maken we een mooie wandeling naar het uitzichtpunt van de Fitz Roy, de hoogste berg hier in de buurt, met een hoogte van 2600 m.

Richting de Carretera Austral Om bij de Carretera Austral te komen moeten we nog wat hindernissen overbruggen. Vanaf de camping eerst 38 km fietsen. Het waait erg hard en de eerste 15 km ripio is erg slecht. We stuiteren weer alle kanten op. Daarna wordt het iets beter. We komen aan bij Lago Desierto. Een meer wat we van zuid naar noord met een boot moeten oversteken. Er is een grote (en dure) boot en een kleine (en goedkope) boot. Omdat het hard waait gaat de kleine deze dag sowieso niet en de grote misschien later op de middag. We wachten en om half vijf gaat de grote boot inderdaad vertrekken. We zijn in eerst instantie de enige passagiers op een boot waar 50 mensen op kunnen. Aan de andere kant van het meer is de Argentijnse douane, waar we alvast een uitreis stempel halen. Er is een grasveld waar we kunnen kamperen. Verder zijn er geen voorzieningen. Water halen we uit het meer. Er zijn hier wel tentjes met wandelaars en fietsers, bijna allemaal komen ze vanaf het noorden. De volgende ochtend starten we met het pad, door een bos, wat we helemaal zullen mogen lopen. Omdat we van te voren al wisten dat de voortassen al snel van de fiets af moeten doen we de spullen van 1 voortas ieder in een rugzak. De andere tas binden we op de achtertassen. Dat blijkt achteraf een super idee te zijn. We hebben geen enkele keer tassen hoeven over te dragen. Het pad is eerst erg steil en uitgesleten. Regelmatig moeten we met z’n tweeën een fiets duwen over rotsen, boomwortels of een steile helling op. Dan weer terug om de andere fiets te halen. Andere fietsers moeten hier dus nog een keer op en neer lopen om de voortassen over te dragen. We passeren ook regelmatig een beekje, daarvoor doen we steeds onze schoenen en sokken uit en de teva sandalen aan. We hebben al veel verhalen over dit pad gehoord en hebben het super zwaar voorgesteld. Uiteindelijk denken we steeds wanneer de zware stukken zullen komen. Nou, die komen dus niet. Het enige wat tegenzit is dat het de hele dag regent. Dat is erg jammer want het is best leuk om dit pad zo af te leggen en de omgeving is prachtig. Een mooi bos, leuk pad, regelmatig een riviertje. Na 5,5 uur hebben we de eerste 6 km afgelegd. Dan volgen 15 km via een soort breed bospad. Geweldig mooie omgeving, met in het laatste deel regelmatig uitzicht op Lago O’Higgins. In dit deel komen we meer dan 20 fietsers en een aantal wandelaars tegen die net van de boot komen en aan hun deel van deze route beginnen. We komen bij de Chileense grens. De douanebeambte heeft wel 15 minuten werk om onze paspoorten over te schrijven. Hij gelooft ons op ons woord dat we geen groenten, vlees en zuivel bij hebben. Hij gaat met dit hondenweer ook echt niet buiten kijken. Bij het meer aangekomen nemen we een kijkje bij de steiger. Er is niemand en er is ook niets te zien van een tijdschema voor de boot. We gaan naar de camping, die ligt iets hoger en heeft een schitterend uitzicht over het meer. De voorzieningen zijn eenvoudig maar goed. Goede warme douche en een ouderwetse houtkachel waar we ook op kunnen koken. Een superplek om te zijn. We krijgen te horen dat de volgende dag misschien een boot gaat, misschien ook niet. Dat hangt van de wind af. We slapen wat langer en ontbijten rustig. Daarvoor hakken we eerst wat hout om de kachel op te stoken. Dan horen we dat er een boot komt, dat het waarschijnlijk de enige van de dag is en dat hij meteen weer weg wil als hij aankomt, vanwege de wind. Snel alles inpakken dan maar. Eigenlijk jammer, we hadden het helemaal niet erg gevonden om hier nog een dag te blijven, maar omdat je nooit weet wanneer er weer een boot komt, gaan we meteen maar mee. Het waait inderdaad erg hard. We worden 2,5 uur lang met de boot op de golven gekwakt. Ik krijg hoofdpijn van het harde neerkomen op de golven. Aan de overkant worden onze Santosfietsen en de Rohloffnaaf met riem, door de wachtende fietsers bewonderd en er worden zelfs foto’s van gemaakt. Het is nog 7 km fietsen naar het dorp over een mooie weg die langs het meer loopt. Erg leuk om te fietsen. Villa O’Higgins is een klein dorpje waar maar 500 mensen wonen. Het bestaat pas sinds 1966. Er zijn een paar straten en de huisjes zijn eenvoudig. We gaan naar camping/hostal Mosco. We zetten de tent op en zitten heerlijk binnen in het hostal bij de kachel. We blijven hier een dag om inkopen te doen voordat we aan de Carretera Austral beginnen.

De Carretera Austral Een nieuwe fase in de fietsroute. Pinochet heeft de 1200 km lange onverharde weg, als een soort prestige project, aan laten leggen in een periode van 20 jaar. In 1996 was hij gereed en hij eindigt … helemaal nergens. Hier staan wel bomen en heeft niet de wind, maar de bergen de meeste invloed. Wij fietsen hem andersom; het einde van de weg, is ons begin. Bij het meer van O’Higgins kun je alleen oversteken met een boot. Aan de andere kant kunt je alleen met de fiets of te voet verder. We gaan bossen, meren, bergen, watervallen, vulkanen zien. En nog veel meer…

Foto’s en filmpjes volgen later Omdat de wifi verbinding hier erg slecht is kunnen we geen foto’s en filmpjes uploaden. Die  volgen later.


We zijn in El Calafate

Na twee broodnodige rustdagen vertrekken we vanuit ons hostal in Punta Arenas richting Puerto Natales. We willen weer via een gravelroute, die via een pinguïnpark leidt. De eerste afslag die we willen nemen is afgesloten, daar zijn ze flink aan het werk. Dan maar een stukje verder. Er staat aangegeven dat het pinguïnpark gesloten is. We gaan ervan uit dat we er wel gewoon langs kunnen. Vanaf dat moment trekt de wind flink aan en na korte tijd gaan we niet veel harder dan 6 km/uur. Het is echt knokken tegen de wind in. Na ongeveer 10 km horen we van een tegemoetkomende automobilist dat de weg, die onderdeel uitmaakt van het pinguïnpark, is afgesloten. Dat is een flinke streep door de rekening. We moeten onze route aanpassen en we hebben dat hele stuk voor niks tegen de wind in gefietst. In een razendsnel tempo zijn we weer terug bij de hoofdweg, ruta 9. Voor ons ligt 250 km betonweg rechtdoor om in Puerto Natales te komen.
De wind blijft hard uit het westen waaien en wij blijven er tegenin knokken. Bij een politiepost lunchen we lekker uit de wind en kletsen even met een stel Franse fietsers die vanuit Quito zijn komen fietsen. Aan het einde van de dag vinden we eerst een aangegeven tankstation die bij aankomst in ver vergane toestand verkeert. Er is ook niemand. Even verder is een estancia waar we weer in een huis mogen slapen. Het kleine oude mannetje, waar we geen foto van mogen maken, maakt zelfs de kachel voor ons aan.
Dan nog twee lange dagen fietsen voordat we in Puerto Natales zijn. Tijdens de tweede dag maak ik de opmerking dat het een saaie dag is, beetje bewolkt, niet al te veel wind en uitgestrekte pampa met verder helemaal niets. Op zo’n saaie dag blijft het uitzicht inderdaad wel zo’n beetje de hele dag hetzelfde maar toch zien we dan nog van alles. Koeien en paarden in de wei maar ook lama’s, die eigenlijk guanaco’s heten, flamingo’s, vossen, caracara’s, parkieten en nandu’s. Toch niet de meest alledaagse dingen om te zien. Als we wat dichter bij Puerto Natales komen zien we het landschap veranderen. We zien nu af en toe wat bomen en ook wat meer rotsen. In de verte doemen de bergen van Torres del Paine al op. Mooi om hier doorheen te fietsen.

We zijn legaal in Chili!
15 km voor Puerto Natales zien we een grenspost. We besluiten om te vragen hoe we om moeten gaan met ons tot nu toe illegale verblijf in Chili. Alles gaat in het Spaans maar het lukt me om uit te leggen wat ons probleem is. We krijgen een stempel om Chili uit te gaan, fietsen 3 km Argentinië in om een stempel voor in, en ook voor uit Argentinië, te halen. De douane beambte snapt niet waarom maar zet wel netjes alle stempels. Weer dezelfde 3 km terug en we zijn weer bij de douanepost in Chili. We krijgen netjes een stempel en formulier en zelfs een goedkeuring om de fietsen mee te mogen nemen. Yes! We zijn nu echt in Chili. Gelukkig valt de wind mee. Deze dag fietsen we 112 km voordat we in Puerto Natales aankomen.

Puerto Natales
In Puerto Natales vinden we een leuk hostel waar we twee nachten blijven. Het is een erg relaxed dorp. Allemaal laagbouw, gezellige huisjes en een mooi uitzicht op zee. Het centrum is gezellig met wat winkels, restaurantjes en cafés. Er heerst een goede sfeer. Toch besluiten we om na een dag weer te vertrekken. Het weer is goed en de verwachtingen ook en we willen wat tijd doorbrengen in Nationaal park Torres del Paine. We doen inkopen voor 6 dagen en onze tassen puilen uit van het vele eten. Allemaal om zo lang mogelijk in het park te kunnen blijven.

Torres del Paine
De route naar het park is erg mooi en het is vandaag compleet windstil. Een beetje op en af met mooi uitzicht op de besneeuwde bergen van Torres del Paine. Af en toe een meertje maakt het uitzicht compleet. Ook dit is weer een alternatieve route en we zien bijna geen verkeer. Even later komen we op de reguliere route naar Torres del Paine. Die is wel iets drukker maar nog steeds prima te doen. Op ripio is het altijd zoeken naar de beste plek op de weg. Niet te veel stenen, ook liever geen wasbordprofiel. Dan blijft er vaak nog maar 1 paadje over, voor ons vaak links van de weg. We blijven vaak gewoon links fietsen en gaan er maar van uit dat de auto’s en bussen voor ons uitwijken. Het venijn zit hem vandaag in de staart. Er zijn nog een paar pittige klimmetjes, tot 11%, nodig om bij de eerste camping in het park te komen. De camping is onverwacht mooi en luxe. We hebben een hutje, ter beschutting van de wind, een picknicktafel en zelfs elektriciteit. We kunnen ook heerlijk warm douchen. Daar hadden we allemaal niet op gerekend dus genieten we er echt van.
De volgende dag fietsen we 16 km verder naar camping Pehoe. Dit keer moeten we een aantal hellinkjes tot 14% bedwingen. Gelukkig hebben we al wat kilometers in de benen en komen we in ieder geval fietsend boven. Ook deze camping is weer super mooi. Hij ligt aan een gletsjermeer met diepblauw water. We blijven hier twee nachten en lopen naar een uitkijkpunt waar je ook condors zou kunnen zien. Gisteren zagen we ze in de verte wel vliegen maar nu we er zijn zien we ze niet. Het uitzicht is in ieder geval de moeite waard. We zijn gewaarschuwd voor de gordeldieren die hier de hele dag rond snuffelen, op zoek naar eten. We hangen iedere keer netjes alle tassen met eten op in ons hutje. Eén onbewaakt ogenblik, als we even gaan douchen, slaat een gordeldier toe. Hij heeft al wat brood op en doet zich nu tegoed aan onze kaas. Wegjagen dat beest en redden wat er nog te redden valt van de kaas en het brood. Gelukkig valt de schade mee. Dat gaat ons niet nog een keer overkomen.
Een dag later fietsen we 35 km naar de volgende camping in het park, camping Torres. Ook hier willen we weer twee nachten blijven. Je kunt hier nu alleen maar terecht met een reservering en die hebben we niet … We fietsen de afzetting voorbij en gaan naar het kantoortje op de camping. Het voorstel is om het dubbele tarief te betalen omdat we geen reservering hebben. Daar hebben we natuurlijk geen zin in en na een beetje onderhandelen betalen we 5.000 pesos (7 euro) meer dan de eigenlijke prijs. We zijn er tevreden mee. We zoeken een mooi en windvrij plaatsje. Ook deze camping is weer erg mooi. Deze keer niet met vaste plaatsen. Alleen maar kleine wandeltentjes. Onze tent is veruit het grootste van de hele camping.
Vandaag willen we naar het uitzichtpunt op de Torres lopen. Drie granieten punten in de bergen waar het park zijn naam aan te danken heeft. Het punt ligt op 900 m, dat is voor ons 750 m stijgen. De dag begint met een stralende zon, blauwe lucht en bijna geen wind. Vol goede moed beginnen we aan de wandeling. Het landschap is mooi en het pad gaat op en af. Het is uiteindelijk nog een hele klim tot aan het uitzichtpunt. Het is ondertussen ook veel meer bewolkt geworden. Na een half uurtje komt er wat meer blauw in de lucht en zien we de Torres net zonder wolken. Ze zijn 2600 en 2800 m hoog. Dan weer via hetzelfde pad terug. Het valt behoorlijk tegen. Bergop gaat erg langzaam en onze benen doen zeer. In die paar weken hebben we toch al behoorlijk wat fietsspieren gekweekt. De wandelbenen zijn verdwenen. Als we weer terug zijn op de camping blijkt dat we meer dan 20 km hebben gelopen maar ook in totaal 1300 meter hebben geklommen. Geen wonder dat onze benen zo’n zeer doen. Vandaag maar vroeg slapen om morgen weer lekker te kunnen fietsen. We kijken al twee dagen tegen de eerste klim van morgen aan waar de auto’s en bussen tergend langzaam tegen omhoog kruipen.

Op weg naar El Calafate
Het klimmetje is 20% maar wel te doen omdat we harde wind mee hebben. Het grootste deel van de dag rijden we op asfalt en hebben we de wind mee. Bij de Chileense grens treffen we een Duitse fietser waarmee we nog wat info uitwisselen. 10 km verderop halen we de nodige stempels om Argentinië weer in te mogen. Dan is het nog 45 km naar Tapi Aike. Daar is een politiepost waar je kunt overnachten. Omdat de wind nog steeds gunstig is besluiten we om door te fietsen. Doordat we een verkeerde afslag nemen komen we op de oude weg naar Tapi Aike uit. Allemaal ripio, 10 km langer maar wel erg mooi. Om 18.30 uur, na 118 km en 1150 hoogtemeters komen we bij de politiepost aan. Tent opzetten is geen probleem en we mogen de douche en het toilet gebruiken. Het waait nog steeds hard maar we vinden een mooi plekje om te koken uit de wind. Nog even zitten en vroeg slapen na een zware en lange dag fietsen. Morgen ligt er 65 km hele slechte ripio voor ons.
Na de politiemannen te hebben bedankt gaan we op weg. De ripio is inderdaad erg slecht. We stuiteren soms echt op de fiets. Het is eigenlijk niet te geloven dat alle tassen op de fiets blijven zitten en dat de fietsen niet uit elkaar trillen. We hebben eerst de wind mee dus dan is het nog te doen. Rond 11 uur draait de wind en krijgen we hem schuin van voren. Het laatste stuk is bijna niet meer te fietsen tegen de wind in. Uiteindelijk doen we, inclusief pauzes, meer dan 8 uur over de 65 km ripio. Als we bij de asfaltweg komen zien we precies 1 gebouw staan. Daar dus maar naar toe want verder fietsen is vanwege de wind absoluut geen optie. Het blijkt een meteorologisch station te zijn wat wordt bemand door een echtpaar, Oscar en Mercedes, wat er ook woont. Ze hebben een kamer met bedden voor ons, een warme douche en we zitten in de keuken/woonkamer. Even na ons arriveert er een Mexicaan, Herman, die vanaf Cusco onderweg is naar Ushuaia. Altijd leuk om tips uit te wisselen. Omdat Herman bijna geen eten meer heeft vraagt hij of Mercedes voor hem wil koken. Uiteraard doet ze dat, en ook voor ons. De volgende ochtend maakt ze ook nog een ontbijt. Omdat de verwachting is dat er ook deze dag weer veel wind zal zijn vertrekken we vroeg, om 7 uur. Het waait al behoorlijk en uiteraard hebben we wind tegen. We houden elkaar uit de wind en wisselen iedere 2,5 km. Zo is het op zich wel te doen. We klimmen in 30 km naar het hoogste punt van de dag op 800 m hoogte. Dan volgt er een fijne maar wel koude afdaling. We zetten koffie en thee op een parkeerplaats en zitten heerlijk in het zonnetje. Als we weer vertrekken blijkt de wind wat te zijn gaan liggen. Als dat zo blijft gaan die 95 km naar El Calafate vandaag wel lukken. En dat is ook zo. In de middag is er nog minder wind en rond 15.00 uur zijn we al op de camping. We vinden een mooi plaatsje, met gras ondergrond, voor de tent en lopen even het dorp in. Wat direct opvalt is dat er erg veel toeristen zijn maar vooral dat alles er mooi verzorgd en ook groen uitziet. Prima plek om weer een paar dagen bij te komen. Iedereen is hier vanwege de gletsjer, Perito Moreno. Die is 75 m hoog en er vallen regelmatig stukken van af. Morgen doen we een tour naar deze indrukwekkende gletsjer.

Op naar de Carretera Austral
De eerste 1000 km fietsen hebben we erop zitten. Vanaf hier fietsen we in 2 of 2,5 dag naar El Chalten. Vanaf die plek gaan we richting de Carretera Austral. 1200 km ripio over een schitterende weg. Vanaf daar is de wind verdwenen maar hebben we weer met andere elementen te maken zoals hogere bergen, steile en lange hellingen, slechte ripio en waarschijnlijk veel regen. Om op de Carretera Austral te komen moeten we een stuk van 6 km overbruggen waar eigenlijk geen weg is. Het schijnt een pad door een bos te zijn wat helemaal is uitgesleten. Zo ver dat in ieder geval de tassen van de fiets moeten. Voor ons is het pad bergop dus we zullen ook regelmatig elkaar moeten helpen met de fiets naar boven duwen. Er schijnt ook nog een stuk moeras te zijn …
Avontuur genoeg wat we de komende tijd tegemoet gaan.

Alternatieve route van Rio Grande naar Punta Arenas

We doen voor 6 dagen boodschappen. Afhankelijk van de wind kan het zo lang duren voordat we bij de boot in Porvenir aankomen die ons naar Punta Arenas zal brengen. Het past allemaal maar net in de fietstassen.

Alternatieve route
We vertrekken vroeg vanuit ons hostel in Rio Grande. Iedereen is nog in diepeslaap en ook voor het ontbijt is het nog te vroeg. Dan onze eigen broodvoorraadaanspreken. Het waait al wel maar nog niet heel hard. We willen via eenalternatieve route naar Porvenir en uiteindelijk Rio Grande fietsen. Daarvoormoeten we 15 km terug over de ruta 3. Er is ook een binnendoor weg van ripio.Daarvoor moeten we aan het begin en eind onze fietsen over een hek tillen. Alletassen eraf en hop erover. We komen precies uit bij de politiepost. Daar begintde ripio weg waarvan we niet zeker weten wat die ons gaat brengen. Een heel dunlijntje op de kaart en een via via verhaal dat een Belg pas geleden deze routeheeft genomen. We zullen zien. De weg is best goed en de wind is redelijk maarnog wel tegen in te fietsen. Het landschap bestaat uit één grote kale vlaktemet regelmatig een groep lama’s. Erg mooi om te zien, ik krijg er maar geengenoeg van. Soms zit de weg vol gaten en kuilen of bestaat hij uit alleenwasbord. Gelukkig duurt dat nooit lang. Voor de eerste koffiestop vinden we eenmooi schuurtje om uit de wind te zitten en voor de lunch een groepje bomen dieons luwte geeft. Het waait ondertussen behoorlijk. We willen graag vandaag de Argentijnsegrens halen en daar vragen of we kunnen kamperen. Daar aangekomen krijgen weeen heel recreatiegebouw toe gewezen. Compleet met werkend gasfornuis enmatrassen op de grond. We zijn helemaal happy.

Smokkelen
De volgende dag is het heerlijk weer, helemaal windstil. We vertrekken richtingChileense grens. Daar maken we ons een beetje zorgen over. Je mag naar Chiligeen verse spullen meenemen. Die hebben we nogal wat bij ons, we zijn nog weleen aantal dagen onderweg. We hebben groente, fruit, eieren, kaas en vlees. Wekregen een tip van een Oostenrijks koppel om de verboden spullen in een apartetas te doen en die buiten het gebouw ergens neer te zetten. Check van de tassendoen ze toch altijd binnen. We zijn benieuwd of dat gaat lukken. We zijn rond 7uur bij de grens en zien helemaal niemand. De slagboom is naar beneden maardaar fietsen we gewoon langs. We zijn blij dat we er voorbij zijn en geen checkhebben gehad. We hebben al onze lekkere verse spullen nog. Later horen we vaneen Italiaan dat dit misschien niet zo’n goed idee is, nu zijn we eigenlijkillegaal in Chili, kan nog wel een probleem worden als we het land weer uitwillen. Moeten we nog eens even over nadenken.

Nog meer fietsers
Het weer blijft prachtig en net als we even een kleine pauze hebben komt er eenfietser ons tegemoet. Het blijkt een Duitser te zijn. Hij is al een jaar en 10maanden onderweg en is bezig aan zijn laatste dagen richting Ushuaia. Wewisselen nog wat informatie uit en gaan weer verder.
Zo komen we bijna dagelijks wel één of meerdere fietsers tegen. De meesten zijnbezig aan het laatste deel van hun reis richting Ushuaia. Zoals we al wisten iseen reis van 3 maanden ook erg kort. De meesten zijn 1 – 2 jaar onderweg.

De wind
Aan het einde van de dag gaat het regenen. We zien een klein bosje en daarnaniets dan leegte voor ons. Het is nog redelijk vroeg maar omdat we niet wetenwat we verder nog tegen komen zoeken we een plekje in het bos. Een mooie grasondergrond en zelfs een stookplaats. Daar maken we die avond, als de regen weerover is, dankbaar gebruik van. We hebben een heerlijk warm vuurtje. We staanlekker uit de wind maar horen wel aan de bomen dat het nog steeds waait. Zo ookde volgende ochtend. Als we vertrekken hebben we pal de wind tegen en we moetenbehoorlijk trappen om tegen de wind in de komen. De snelheid gaat van 10, 9, 8en soms zelfs maar 6 km/uur. Onze troost is dat er na 35 km een afslag komt.Daarna zullen we in ieder geval deels de wind mee hebben. En dat is zo! Wat eenverademing. De eerste 25 km hebben we 3 uur over gedaan, nu doen we bijna 20 kmin een uur. Onderweg ligt er één hele grote kei waar we goed achter kunnenzitten voor een wind loze lunch. Die middag bezoeken we een parkje waar ze de koningspinguïnsweer hebben geïntroduceerd. Ze zijn hier voor het laatst uitgestorven en komennu alleen nog op Antarctica voor. Sinds enkele jaren hier dus ook weer.Prachtige beesten met die gele kleur. Dan nog 15 km te gaan naar het oudebusstation op de kruising, een begrip onder fietsers. De ripio weg bevat veellosse stenen in het laatste deel en dat fietst zwaar en is lastig om overeindte blijven. Op de valreep vinden we onderweg ook nog een geocache. 

Oud busgebouw op de kruising
Na 80 km bereiken we het oude busgebouwtje. Een klein houten gebouwtje vanongeveer 4 bij 3 meter. Er staan een paar banken in en er ligt een matras. Fijnom uit de wind te zijn, die is ondertussen aangewakkerd tot stormkracht. Wekoken, zoals iedere dag, een heerlijke pasta maaltijd en hebben een rustigeavond. We slapen op het matras. Om 23.30 uur worden we gewekt door nog 2fietsers. Ze zijn in de avond gaan fietsen toen de wind was gaan liggen. Diekwam toch weer opzetten en hebben moeten opboksen tegen stormwind, uiteindelijkook nog in het donker. Ze waren superblij dat ze er in het hokje nog bijpasten. Eén van de twee mannen is de Italiaan die we in het hostel in RioGrande hebben ontmoet. Klein wereldje zo.

Op naar Porvenir
In de ochtend praten we wat over de wind. Die is nu nog rustig maar weverwachten dat die later vandaag wel weer op zal komen zetten. Er zou op 40 kmvan hier nog een soortgelijk bushokje zijn. We gaan gewoon fietsen en we zienwel. Porvenir ligt 95 km verderop. De wind valt de eerste paar uur wel mee, natwee uur hebben we al 25 km afgelegd en koffie zetten we in het bushokje op 40km. Helaas is het maar klein en heeft het kapotte ramen en geen deur. Geenoptie om te overnachten. Mijn benen voelen als pap en ik kom maar niet vooruit.Ik hoop dat we iets vinden om te overnachten want helemaal naar Porvenirfietsen vandaag zie ik eigenlijk niet zitten. Het heeft ook niet zoveel zin. Deboot naar Punta Arenas vertrekt vandaag om 14.00 uur, dat halen we niet. Morgenvertrekt die pas om 19.00 uur. Het landschap is weer heel weids met links dezee en rechts een glooiende kale vlakte met af en toe wat koeien of schapen.Altijd lopen er wel ergens wat lama’s. We zien, net als gisteren, weer eenmeertje met flamingo’s. Rond lunchtijd zien we wat visserhutjes aan de kust engaan een kijkje nemen. Helaas allemaal op slot. We kunnen wel lekker uit dewind zitten. 

Slapen op een estancia
We gaan weer verder en zien na een half uurtje een estancia heel dicht bij deweg. Vaak staan de estancia’s met naam aangegeven en liggen ze een aantalkilometers vanaf de weg. Deze niet. We besluiten om erheen te gaan en te vragenof we mogen kamperen. De man vraagt direct of we in een huis willen. We zeggennog beleefd dat we alleen een plaats voor de tent willen. Als hij het nogmaalszegt willen we natuurlijk graag een kijkje nemen. Het blijkt een leegstaandhuis te zijn, waarschijnlijk bedoeld voor arbeiders op de estancia. Het is eencompleet huis met keuken, badkamer, woonkamer en slaapkamer met stapelbedden enmatrassen. Er is een kachel in de woonkamer en voldoende droog stookhout. Wateen cadeau! Dit is echt lekker om even bij te komen. Het uitzicht vanuit dewoonkamer is adembenemend; landerijen op de voorgrond, dan de zee en daarachternog de bergen van de overkant. We maken de kachel aan en zitten heerlijk warm.We lezen wat en zoeken alvast wat foto’s en filmpjes uit.
We hebben thuis ansichtkaarten laten maken die we achter kunnen laten alsbedankje. Dat doen we hier natuurlijk ook. De vrouw des huizes komt nog naarbuiten als we vertrekken en we bedanken haar uitgebreid.

Het laatste stukje naar Porvenir
Het waait behoorlijk en we moeten behoorlijk tegen de wind opboksen. Weverwachten dat het laatste stuk nog zo’n 35 km zal zijn, dat blijken er later40 te zijn. De lucht is dreigend, wat mooie plaatjes met een regenboogoplevert. We doen een paar keer onze regenspullen aan en uit. Op een gegevenmoment stopt er een auto een paar honderd meter voor ons. Er stapt iemand uitdie ons twee blikjes cola geeft. Super leuk en lekker. De chauffeur stapt ook uitom te vragen of we er blij mee zijn. Nou, echt wel! We drinken er meteen éénop. We komen in totaal 7 fietsers tegen die vanaf de boot op weg zijn naar hetzuiden, naar Ushuaia. We geven nog wat tips mee voor het vervolg en ze hebbenook nog wat tips voor ons. Als we Porvenir bereiken is daar meteen eenbenzinepomp. We tanken onze brandstoffles vol en willen met een briefje van20.000 peso betalen. Dat blijkt te groot geld te zijn (28 euro is te veel geldbij een tankstation!). Een Chileen die ook wil tanken zegt meteen toe om onzebenzine te betalen. Super aardig.
We zijn rond 14 uur in Porvenir en de boot naar Punta Arenas vertrekt om 19uur. We doen wat inkopen in een supermarktje en doden de rest van de tijd ineen cafeetje vlak bij de ferry. We boeken voor de zekerheid een hostel, waar wedoodmoe om 22.00 uur aankomen.
Tijd voor een rustdag, voor onze benen, de was en nieuwe inkopen.